AstraZeneca en Bristol Myers Squibb praten over fusie van 400 miljard dollar, beleggers reageren koel
De Financial Times meldde dat AstraZeneca en Bristol Myers Squibb al enkele maanden praten over een samengaan. Het gecombineerde bedrijf zou ongeveer 400 miljard dollar waard zijn en de breedste kankerportefeuille van de sector krijgen. Het aandeel AstraZeneca zakte maandag zo een zeven procent, terwijl Bristol Myers juist steeg. Beide bedrijven willen niets kwijt.

Een fusiegerucht van 400 miljard dollar
De Financial Times berichtte zondag 2 augustus dat het Britse AstraZeneca en het Amerikaanse Bristol Myers Squibb de afgelopen maanden hebben gesproken over een samengaan. Persbureau Reuters kreeg die lezing maandag bevestigd door eigen bronnen. Beide bedrijven weigerden commentaar en hebben niets bevestigd.
De omvang is uitzonderlijk. AstraZeneca had eind vorige week een beurswaarde van ongeveer 264 miljard dollar, Bristol Myers Squibb van ongeveer 133 miljard. Bij elkaar zou dat neerkomen op een farmaceutisch concern van rond de 400 miljard dollar, een van de grootste ondernemingen in de sector.
De koersen vertelden twee verschillende verhalen
De reactie op de beurs was asymmetrisch en daarmee veelzeggend. Het aandeel AstraZeneca verloor maandag ongeveer zeven procent en was daarmee een van de grootste dalers in de Britse FTSE 100. Bristol Myers Squibb steeg juist met zo een zes procent in de Amerikaanse voorbeurshandel.
Die verdeling is het klassieke patroon waarbij beleggers denken dat de koper te veel gaat betalen. Wie in AstraZeneca zit, ziet een bedrijf met een sterke eigen pijplijn dat zich vastlegt op een dure overname. Wie in Bristol Myers zit, ziet een uitweg uit een lastiger positie.
Analisten die het niet goed kunnen plaatsen
Bij zakenbank Jefferies noteerden analisten dat zij, gezien de kracht van het groei- en innovatieprofiel van AstraZeneca, enigszins verbaasd zijn. Citi noemde de gesprekken verrassend, juist omdat de pijplijn van AstraZeneca tot de beste van de sector wordt gerekend.
Lucy Coutts van vermogensbeheerder JM Finn wees erop dat het enige duidelijke voordeel lijkt te zitten in het sneller vergroten van de Amerikaanse voetafdruk. Dat is een smalle onderbouwing voor een transactie van deze omvang, en het verklaart waarom de markt sceptisch reageerde.
De Amerikaanse markt als drijfveer
Die Amerikaanse voetafdruk is wel het meest concrete motief dat op tafel ligt. AstraZeneca haalde in de eerste helft van 2026 ongeveer 42 procent van zijn omzet uit de Verenigde Staten. Bij Bristol Myers Squibb was dat in het laatste kwartaal 69 procent.
AstraZeneca liet zich recent rechtstreeks noteren aan de New York Stock Exchange, een stap die past bij een grotere orientatie op de Amerikaanse markt. Het concern mikt op een omzet van 80 miljard dollar in 2030, en een overname van deze schaal zou dat doel in een keer dichterbij brengen.
Twee kankerportefeuilles die elkaar aanvullen
Inhoudelijk overlappen de bedrijven in oncologie, hart- en vaatziekten en immunologie, maar hun pijplijnen zijn grotendeels complementair. AstraZeneca is sterker in solide tumoren, terwijl Bristol Myers Squibb zich meer richt op bloedkankers en celtherapie.
Samen zouden zij vermoedelijk de breedste portefeuille aan kankermedicijnen in de industrie hebben. Precies dat is ook het punt waarop mededingingstoezichthouders zullen kijken, want een dergelijke concentratie in oncologie roept vragen op over prijsvorming en keuzevrijheid.
De klok tikt bij Bristol Myers Squibb
Aan de kant van Bristol Myers speelt een probleem dat in de farmacie regelmatig terugkeert. Twee middelen, de bloedverdunner Eliquis en het kankermedicijn Opdivo, zijn samen goed voor ongeveer de helft van de omzet. Wanneer de bescherming op zulke middelen wegvalt, verdwijnt een groot deel van de inkomsten in korte tijd.
Het bedrijf probeert dat op te vangen met nieuwe middelen, waaronder de bloedverdunner milvexian en Cobenfy tegen schizofrenie. Of die de gaten kunnen vullen is nog niet duidelijk. Aan de andere kant kende AstraZeneca zelf ook tegenslag, met een mislukte studie in een laat stadium naar een hartaandoening.
Wat het voor Europa en Nederland betekent
Een fusie van deze omvang zou langs meerdere toezichthouders moeten, waaronder de Europese Commissie. Voor Nederlandse patienten verandert er op korte termijn niets, want beoordeling en toelating van medicijnen in de Europese Unie blijven lopen via het Europees Geneesmiddelenbureau, dat sinds 2019 in Amsterdam is gevestigd.
Op langere termijn zit de betekenis vooral in de vraag waar onderzoek en productie komen te liggen. Als een van oorsprong Brits-Zweeds concern zijn zwaartepunt verder naar de Verenigde Staten verlegt, raakt dat de Europese positie in de geneesmiddelenketen. Dat speelt in een periode waarin Europa juist probeert minder afhankelijk te worden van productie buiten het continent.
Waarom dit ook gewoon kan stranden
Er is nog geen deal. Bronnen die met de kranten spraken benadrukten dat het proces mogelijk tot niets leidt, en er ligt geen bod, geen prijs en geen structuur op tafel. Ook is niet bekend welk bedrijf de overnemende partij zou zijn.
De koersreactie van maandag is bovendien zelf een factor. Als aandeelhouders van AstraZeneca duidelijk maken dat zij weinig zien in een samengaan, wordt het voor de leiding lastiger door te zetten. De eerstvolgende momenten waarop beide bedrijven zich in het openbaar moeten verantwoorden zijn de kwartaalcijfers eind oktober.
Bronnen
Reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Laat een reactie achter
Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.