Donderdag 9 april 2026
SlimmeKrant
Technologie

Nederlands tech-ecosysteem groeit, maar opschaling naar wereldformaat blijft struikelblok

Het State of Dutch Tech 2026-rapport laat zien dat Nederlandse techbedrijven 11,5 procent meer investering ophaalden dan een jaar eerder. Maar slechts 21,6 procent van de startups groeit door naar scaleup-status, ver onder het Amerikaanse gemiddelde van ruim 52 procent. Techleap en TNO roepen op tot gerichte ondersteuning in de groeifase.

Nederlands tech-ecosysteem groeit, maar opschaling naar wereldformaat blijft struikelblok

Het Nederlandse tech-ecosysteem heeft in 2025 opnieuw sterk gepresteerd op het gebied van investeringen. Dat is een van de centrale conclusies van het State of Dutch Tech 2026-rapport, dat Techleap dit jaar opnieuw samenstelde in samenwerking met TNO en Invest-NL. In totaal haalden Nederlandse techbedrijven ruim 2,64 miljard euro op, een stijging van 11,5 procent ten opzichte van een jaar eerder. Toch schetst het rapport ook een minder rooskleurig beeld: de internationale opschaling van Nederlandse startups blijft achter bij het Europese gemiddelde, en is een fractie van wat Amerikaanse bedrijven realiseren.

Sterke basis, maar beperkte doorgroei

Met 11.301 actieve techbedrijven heeft Nederland een stevige basis. Het aantal deals daalde echter met 14,5 procent. Dat klinkt alarmerend, maar de oorzaak is gedeeltelijk positief: kapitaal concentreert zich in grotere, latere rondes. Toch signaleert het rapport een fundamentele zwakte. Slechts 21,6 procent van de Nederlandse startups groeit door naar scaleup-status, dat wil zeggen bedrijven die meer dan tien miljoen euro ophalen. In Europa bedraagt dit gemiddeld 24,1 procent. In de Verenigde Staten haalt meer dan de helft van de startups dit niveau. Het gat is aanzienlijk en groeit niet vanzelf dicht.

Volgens Techleap en de andere opstellers van het rapport is het hoofdprobleem dat marktfalen zich juist voordoet in de groeifase. In de beginfase is relatief veel risicokapitaal beschikbaar via seed-fondsen en publieke instrumenten. Maar zodra een startup door wil groeien naar grotere rondes, wordt het aanbod dunner. Kapitaal komt beschikbaar op het moment dat risico al grotendeels is weggenomen, niet op het moment dat bedrijven de steun het meest nodig hebben. Dat mechanisme duwt veelbelovende bedrijven in de armen van buitenlandse investeerders, waardoor de strategische controle over die bedrijven naar buiten Nederland verschuift.

Het AI-paradox: veel talent, weinig opschaling

Een van de meest opvallende bevindingen uit het rapport betreft kunstmatige intelligentie. Nederland heeft de hoogste AI-talentdichtheid van heel Europa: 10,9 AI-professionals per 10.000 inwoners. Dat is een uitzonderlijk sterke positie. Maar de conversie van dat talent naar internationale scaleups is teleurstellend. Van de Nederlandse AI-startups groeit slechts 21,2 procent door naar scaleup-status. In Europa ligt dit gemiddeld op 31,1 procent. In de Verenigde Staten, waar het Silicon Valley-ecosysteem zijn werk doet, bereikt maar liefst 80,9 procent van de AI-startups die status.

De verklaring is deels structureel. Nederlandse investeerders zijn van oudsher voorzichtig en geven de voorkeur aan bewezen verdienmodellen boven experimentele groeibedrijven. Dat leidt ertoe dat AI-startups die snel willen opschalen, al vroeg aankloppen bij Amerikaanse en Aziatische fondsen. In 2025 was 75 procent van alle investeringen in Nederlandse AI-startups afkomstig van buitenlandse partijen. De deelname van Europese investeerders aan de grootste rondes, de zogeheten breakout rounds van 50 tot 100 miljoen euro, daalde tot slechts 21 procent. Amerikaanse partijen namen die rol in 40 procent van de gevallen op zich.

Deeptech als krachtcentrale

Niet alles is zorgwekkend. Het rapport benadrukt dat Nederland op het gebied van deeptech een bijzonder sterke positie inneemt. Deeptech-bedrijven, dat wil zeggen bedrijven die voortbouwen op fundamentele wetenschappelijke doorbraken zoals halfgeleiders, biowetenschappen, kwantumtechnologie en fotonische chips, vormen slechts twaalf procent van het totale ecosysteem. Toch zijn zij verantwoordelijk voor 41 procent van alle scaleups en trekken zij 41 procent van alle durfkapitaal aan. De scaleup-ratio binnen deeptech bedraagt 39 procent, bijna het dubbele van het nationaal gemiddelde.

Dat is een reflectie van de unieke Nederlandse kennisbasis. De samenwerking tussen universiteiten, onderzoeksinstellingen als TNO en bedrijven als ASML en NXP heeft een vruchtbare bodem gecreeerd voor technologiebedrijven die echt iets nieuws brengen. De uitdaging is om die sterkte te vertalen naar bredere sectoren en kleinere bedrijven die niet profiteren van het Brainport-ecosysteem of vergelijkbare clusters.

Aanbevelingen: gericht ingrijpen in de groeifase

Het rapport sluit af met een reeks aanbevelingen. De kern daarvan is dat gerichte overheidsinterventie nodig is in precies die fases waar marktfalen optreedt. Dat betekent: meer risicokapitaal beschikbaar stellen in de vroege groeifase, betere verbindingen leggen tussen academisch talent en scalende bedrijven en het buitenlands-investeerdersprobleem serieus nemen door Europees co-investeringsbeleid te versterken.

Techleap, dat de uitvoering van het Nederlandse startup- en scaleup-beleid coordineert, roept de politiek op niet te wachten op autonome marktcorrectie. De kans is dan groot dat Nederlandse bedrijven met wereldwijd potentieel definitief naar de Verenigde Staten of Aziatische hubs vertrekken, waarna kennis, banen en belastingopbrengsten meeverhuizen. De boodschap van het rapport is helder: de basis is er, maar het moment om te handelen is nu.

Bronnen

Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Laat een reactie achter

Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.