Donderdag 9 april 2026
SlimmeKrant
Buitenland

Na SCOTUS-uitspraak geldt universeel tarief van 10 procent: Rabobank raamt kosten voor Nederland op 10 miljard euro

Het Amerikaanse Hooggerechtshof vernietigde op 20 februari de landspecifieke importtarieven van Trump. De president reageerde met een universeel tarief van 10 procent op alle importen, dat op 24 februari inging. Rabobank raamt de kosten voor de Nederlandse economie op 10 miljard euro over vier jaar. CPB verwacht een rem van 1 procentpunt op het BBP.

Na SCOTUS-uitspraak geldt universeel tarief van 10 procent: Rabobank raamt kosten voor Nederland op 10 miljard euro

De meest ingrijpende handelsrechtelijke beslissing van het jaar viel op 20 februari. Het Amerikaanse Hooggerechtshof, het Supreme Court, oordeelde dat de International Emergency Economic Powers Act de president niet machtigt om brede, open-einde importtarieven in te stellen. Met die uitspraak werden de landspecifieke heffingen die Trump eerder had afgekondigd van tafel geveegd. Maar de overwinning voor vrijhandel bleek van korte duur.

Van landspecifiek naar universeel

In reactie op de SCOTUS-uitspraak kondigde Trump een nieuwe strategie aan: een universeel invoertarief van 10 procent op alle goederen uit alle landen buiten de VS. Dit tarief trad op 24 februari om zes uur Nederlandse tijd in werking en geldt voor een periode van 150 dagen, waarna verlenging of aanpassing volgt. Het juridische fundament verschoof naar alternatieve wettelijke bevoegdheden die de uitspraak ongemoeid liet, waardoor het tariefbeleid overeind bleef in een andere vorm.

Voor Europa, en voor Nederland in het bijzonder, is de vraag of dit universele tarief meer of minder schadelijk is dan de landspecifieke variant. Het antwoord is genuanceerd. De EU-VS handelsdeal die in juli 2025 werd gesloten, had een plafond van 15 procent voor de meeste Europese goederen. Nu geldt voor alle landen hetzelfde tarief van 10 procent, wat voor Europa in absolute termen iets gunstiger is dan de eerder aangekondigde hogere tarieven. Maar de onzekerheid over de komende 150 dagen houdt bedrijven in spanning.

Wat betekent dit voor de Nederlandse economie?

Rabobank heeft berekend dat een invoertarief van 10 procent gedurende de periode 2026-2029 de Nederlandse economie in totaal zo'n 10 miljard euro kost. Dat klinkt alarmerend, maar moet in perspectief worden geplaatst: export naar de VS vertegenwoordigt slechts 4 tot 5 procent van de totale Nederlandse export. De directe blootstelling is daarmee begrensd. De indirecte effecten zijn echter groter: via Europese productieketens, dalende vraag van handelspartners en valutaschommelingen werken de tarieven breder door.

Het Centraal Planbureau verwacht dat het BBP aan het eind van 2026 ongeveer 1 procentpunt lager uitkomt dan zonder de tarieven. Rabobank schat de economische groei in 2026 maximaal op 1,5 procent, terwijl die zonder de handelsspanningen op 1,7 procent had kunnen liggen. In absolute termen gaat het om miljarden aan gederfde economische activiteit.

Welke sectoren zijn het kwetsbaarst?

Niet alle sectoren worden gelijkmatig geraakt. Machinebouw, technologie en elektronische apparatuur zijn het meest kwetsbaar: de CPB-analyse wijst op productiedalingen van 5 tot 6 procent in deze segmenten als de tarieven langdurig van kracht blijven. Ook de farmaceutische sector, die historisch veel exporteert naar de VS, merkt de nieuwe drempel. Voedselverwerking en consumentengoederen hebben beperktere blootstelling omdat veel van deze producten niet rechtstreeks naar de VS gaan.

Er zijn ook sectoren die profiteren. Telecom, luchtvaart en machineverhuurdiensten zien hun Europese concurrentiepositie versterken nu Amerikaanse dienstverlening duurder wordt voor buitenlandse afnemers. CPB raamt een productiestijging van zo'n 3 procent voor deze dienstensectoren als gevolg van de verschuiving in relatieve prijzen.

Juridisch landschap: de strijd is niet over

De SCOTUS-uitspraak leidde tot verwarring in het bedrijfsleven. Bedrijven die al tarieven hadden betaald op basis van de nu ongeldig verklaarde landspecifieke heffingen, staan voor de vraag of zij terugbetaling kunnen claimen. Juristen en handelsconsultants waarschuwen dat de overgang van het ene tariefregime naar het andere gepaard gaat met aanzienlijke onzekerheid over de toepasselijkheid van bestaande handelsakkoorden, inclusief de EU-VS deal van juli 2025.

De Tweede Kamer debatteerde vorige week over de gevolgen van het nieuwe tarievenlandschap. Vakministers van Economische Zaken en Buitenlandse Handel trokken naar Brussel om gezamenlijke Europese maatregelen te coordineren. De EU heeft aangegeven dat het universele tarief van 10 procent in strijd is met WTO-regels en behoudt zich het recht voor om vergeldingsmaatregelen te nemen als de tarieven na 150 dagen worden verlengd of verhoogd.

Bedrijfsleven in afwachting

Voor Nederlandse exporteurs is de onzekerheid even vervelend als de tarieven zelf. Investeringsbeslissingen worden uitgesteld, contracten worden korter van looptijd en exportstrategien worden herzien. KVK, de Kamer van Koophandel, meldt dat exporteurs actief op zoek zijn naar alternatieve markten en advisering aanvragen over de impact van de nieuwe heffingen op hun kostprijsberekeningen. De praktische gevolgen zijn momenteel begrensd maar de psychologische druk op het zakelijk vertrouwen is merkbaar. Zolang onzekerheid over wat er na dag 150 gebeurt aanhoudt, blijft plannen voor de exportmarkt een onzekere exercitie.

Bronnen

Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Laat een reactie achter

Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.