ECB houdt rente op 2 procent maar verhoogt inflatieprognose naar 2,6 procent door energieschok Midden-Oosten
De Europese Centrale Bank heeft op 19 maart haar beleidsrente voor de vijfde keer op rij ongewijzigd gelaten op 2 procent. Tegelijk publiceerde de ECB nieuwe economische projecties waaruit blijkt dat de oorlog in het Midden-Oosten de inflatie in de eurozone dit jaar naar 2,6 procent opdrijft, terwijl de groeiverwachting is verlaagd naar 0,9 procent.

Vijfde opeenvolgende pauze in het rentebeleid
De Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank besloot op 19 maart 2026 de drie beleidsrentes ongewijzigd te laten. De depositorente blijft op twee procent. Het is de vijfde achtereenvolgende vergadering waarbij de ECB geen aanpassingen doorvoert, na een reeks renteverlagingen in 2024 en 2025 die de rente terugbrachten van het historische hoogtepunt van vier procent naar het huidige niveau. ECB-president Christine Lagarde benadrukte op de persconferentie dat de bank "geen vaste route" heeft voor de komende maanden en dat elke toekomstige beslissing gebaseerd zal zijn op de meest recente economische data.
Oorlog drijft inflatie op naar 2,6 procent
Tegelijk met het rentebesluit publiceerde de ECB haar driemaandelijkse stafprojecties. De meest opvallende bijstelling: de verwachte inflatie voor de eurozone in 2026 is verhoogd van de eerder geraamde 2,1 procent naar 2,6 procent. De voornaamste oorzaak is de stijging van de energieprijzen als direct gevolg van het conflict in het Midden-Oosten. De blokkade van de Straat van Hormuz en de aanslagen op gasinfrastructuur in de Perzische Golf hebben de groothandelsprijzen voor aardgas en ruwe olie fors opgestuwd. De ECB verwacht dat energieprijzen in het tweede kwartaal van 2026 hun piek bereiken, met olie op circa 90 dollar per vat en aardgas op circa 50 euro per megawattuur.
Groeiprognose neerwaarts bijgesteld
De keerzijde van hogere energieprijzen is lagere economische groei. De ECB heeft haar verwachting voor de reele bbp-groei van de eurozone in 2026 verlaagd van 1,2 procent naar 0,9 procent. Dat is een bescheiden maar merkbare neerwaartse bijstelling. Consumenten die meer betalen voor energie hebben minder te besteden aan andere goederen en diensten, terwijl bedrijven geconfronteerd worden met hogere productiekosten. Sectoren als chemie, staal en transport zijn bijzonder gevoelig voor energieprijsschokken. Voor 2027 verwacht de ECB een gedeeltelijk herstel van de groei naar 1,3 procent, mits het Midden-Oosten-conflict niet verder escaleert.
Lagarde verwijst naar les van 2022
Op de persconferentie werd Lagarde gevraagd of de huidige situatie vergelijkbaar is met de energiecrisis van 2022, toen de Russische invasie van Oekraïne de gasprijs naar ongekende hoogten joeg en de ECB gedwongen was de rente in recordtempo te verhogen. Lagarde wees erop dat de situatie fundamenteel verschilt: de inflatie staat nu op 1,9 procent, dicht bij het streefcijfer van twee procent, terwijl in 2022 de inflatie al richting de zes procent liep voordat de ECB begon in te grijpen. "We hebben de lessen van 2022 geleerd," zei Lagarde. "We handelen nu op basis van vroege signalen en niet pas wanneer de inflatie volledig ontspoord is."
Renteverhoging later in 2026 niet uitgesloten
Hoewel de ECB op 19 maart niet heeft ingegrepen, sluit ze een renteverhoging verderop in het jaar niet uit. ECB-raadslid Peter Kazimir liet kort voor de vergadering weten dat een reactie van de ECB "potentieel dichterbij is dan veel mensen denken", als hogere energieprijzen zich blijvend vertalen naar kerninflatie in sectoren als voedsel en dienstverlening. De markten rekenen op dit moment met een kans van iets meer dan veertig procent op een renteverhoging van een kwart procentpunt voor het einde van 2026. Dat percentage is de afgelopen weken gestegen naarmate de conflictsituatie in het Midden-Oosten onverminderd voortduurt.
Rotterdam en Nederlandse export gevoelig voor energieschok
Voor Nederland zijn de gevolgen voelbaar op meerdere niveaus. De Rotterdamse haven, als grootste haven van Europa een cruciale doorvoerhub voor olie en LNG, verwerkt een deel van haar aanvoer via routes die langs de Hormuzregio lopen. Hogere vrachttarieven en omrijroutes verhogen de kosten voor Nederlandse importeurs. Tegelijk profiteert de Nederlandse energiesector deels van hogere gasprijzen, omdat Nederland via onder meer de NAM-installaties in Groningen en offshore platforms gas produceert waarvan de verkoopprijs meebeweegt met de markt. Per saldo verwacht De Nederlandsche Bank dat de energieschok de Nederlandse economie dit jaar 0,2 procentpunt bbp-groei kost.
Bronnen
Reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Laat een reactie achter
Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.