Dinsdag 28 juli 2026
SlimmeKrant
Binnenland

Instroom universitaire lerarenopleidingen stijgt met 13,5 procent, tekort blijft groot

Het aantal nieuwe inschrijvingen voor universitaire lerarenopleidingen steeg vorig studiejaar met 13,5 procent, het tweede jaar op rij met forse groei. De grootste toename zit bij de eenjarige masters, met 21,5 procent. Toch staan in het basisonderwijs nog bijna 5800 voltijdbanen open en in het voortgezet onderwijs ongeveer 2200.

Instroom universitaire lerarenopleidingen stijgt met 13,5 procent, tekort blijft groot

Voor het tweede jaar op rij meer aanmeldingen

Het aantal nieuwe inschrijvingen voor universitaire lerarenopleidingen is in het afgelopen studiejaar met 13,5 procent gestegen ten opzichte van het jaar daarvoor. Dat maakten de universiteiten maandag bekend. Het is het tweede jaar op rij dat de instroom fors toeneemt, na een reeks jaren waarin de belangstelling juist terugliep. Voor een sector die al jaren te weinig docenten voor de klas krijgt, is dat een van de weinige cijfers die de goede kant op wijzen. Caspar van den Berg, voorzitter van Universiteiten van Nederland, noemde de ontwikkeling heel goed nieuws gezien het huidige lerarentekort.

Waar de groei precies zit

De cijfers laten zien dat de stijging breed is en niet aan een enkel vakgebied hangt. Voor het voortgezet onderwijs schreven zich in totaal 2029 nieuwe studenten in bij een universitaire lerarenopleiding. Bij de opleidingen die voor het basisonderwijs opleiden ging het om 568 nieuwe studenten, een toename van 12,9 procent. Uitgesplitst naar vakgebied groeiden de talen met 6,8 procent, de bètavakken met 14 procent en de mens- en maatschappijvakken met 18 procent. Dat juist de bètakant flink aantrekt is relevant, omdat de tekorten in het voortgezet onderwijs zich traditioneel het sterkst voordoen bij vakken als wiskunde, natuurkunde en scheikunde.

De eenjarige master trekt de kar

De grootste sprong zit bij de eenjarige masteropleidingen, met een groei van 21,5 procent. Dat is een aanwijzing dat de winst vooral wordt geboekt onder mensen die al een universitaire opleiding in een vakgebied hebben afgerond en daarna in een relatief kort traject hun bevoegdheid halen. Die route is aantrekkelijk voor afgestudeerden die twijfelen tussen het onderwijs en een baan in hun eigen vakgebied, en voor mensen die na enkele jaren werken alsnog willen overstappen. Het is tegelijk de route waarvan het resultaat het snelst zichtbaar wordt in de klas, simpelweg omdat de opleiding korter duurt dan een volledig traject.

Het tekort dat eronder ligt

Hoe positief de instroomcijfers ook zijn, de omvang van het probleem blijft aanzienlijk. In het basisonderwijs staan bijna 5800 voltijdbanen niet ingevuld en in het voortgezet onderwijs ongeveer 2200. Die getallen vertalen zich rechtstreeks naar de dagelijkse gang van zaken op scholen. In verschillende grote steden zijn scholen overgestapt op een vierdaagse lesweek omdat er domweg niet genoeg personeel is om vijf dagen te draaien. Daarnaast worden klassen samengevoegd en wordt geleund op invalkrachten die zelf ook schaars zijn. De instroomcijfers van dit jaar veranderen daar op korte termijn weinig aan.

Wat universiteiten hebben veranderd

De universiteiten schrijven de stijging toe aan een reeks maatregelen van de afgelopen jaren. Er zijn meer opleidingen gestart en er is geïnvesteerd in campagnes die de lerarenopleiding actiever onder de aandacht brengen bij studenten die er anders niet aan zouden denken. Daarnaast zijn de routes flexibeler gemaakt. Er zijn verkorte trajecten, opleidingen op maat en overstapprogramma's met namen als Alfa4all en Bèta4all, bedoeld om afgestudeerden uit aanpalende vakgebieden alsnog voor het onderwijs te winnen. De gedachte daarachter is dat de klassieke route van een vierjarige opleiding voor een groeiende groep niet meer past bij hoe loopbanen er tegenwoordig uitzien.

Ook het hbo ziet de lijn omhooggaan

De universiteiten staan hierin niet alleen. De Vereniging Hogescholen meldde eerder dit jaar, op basis van de aanmeldcijfers van februari, dat ook bij de reguliere hbo-lerarenopleidingen het aantal aanmeldingen voor het tweede jaar op rij is gestegen. Dat is van belang, want het hbo leidt in absolute aantallen veruit de meeste leraren op, zeker voor het basisonderwijs en voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Een opleving die zich in beide onderwijssoorten tegelijk voordoet, is een sterkere aanwijzing dat er iets structureels verandert dan een stijging bij alleen de universiteiten zou zijn.

Waarom dit het tekort nog niet oplost

Voorzichtigheid blijft op zijn plaats. Tussen een inschrijving en een bevoegde docent voor de klas zitten jaren, en niet iedereen die begint maakt de opleiding af. Bovendien is de instroom maar de helft van de rekensom: het onderwijs verliest ook docenten, door pensionering en door vertrek naar andere sectoren. Zolang onbekend is hoeveel van deze nieuwe studenten daadwerkelijk in het onderwijs gaan werken en hoe lang ze blijven, zegt een stijgende instroom nog weinig over de bezetting over vijf jaar. De gepubliceerde cijfers gaan bovendien over aanmeldingen en inschrijvingen, niet over behaalde diploma's.

Wat universiteiten van het kabinet vragen

Universiteiten van Nederland gebruikt de cijfers ook om iets terug te vragen. De koepel wil dat het kabinet financiële drempels wegneemt en de bekostiging van lerarenopleidingen aanpast, omdat die opleidingen relatief duur zijn binnen het huidige model. Kleine groepen, intensieve begeleiding en veel praktijkbegeleiding op scholen kosten geld, en dat botst met een bekostigingssystematiek die vooral op studentenaantallen leunt. Daarmee ligt de vraag op tafel of het kabinet de opgaande lijn gericht wil vasthouden met extra geld, of erop vertrouwt dat de arbeidsmarkt zichzelf corrigeert nu de belangstelling toch al aantrekt.

Bronnen

Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Laat een reactie achter

Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.