Donderdag 6 augustus 2026
SlimmeKrant
Binnenland

Nog eens veertien gemeenten onder verscherpt toezicht om asielopvang, de teller staat nu op 24

Minister Van den Brink heeft veertien gemeenten toegevoegd aan de lijst van gemeenten die onder verscherpt toezicht staan omdat zij te weinig asielplekken realiseren. Daarmee komt het totaal op 24. De gemeenten staan op de derde trede van een escalatieladder met zes treden, waarvan de hoogste het Rijk in staat stelt een opvanglocatie op te leggen. De VNG noemt de uitbreiding teleurstellend en wijst op praktische obstakels.

Nog eens veertien gemeenten onder verscherpt toezicht om asielopvang, de teller staat nu op 24

Veertien namen erbij op de lijst van het ministerie

Het ministerie van Asiel en Migratie heeft veertien gemeenten toegevoegd aan de lijst van gemeenten die onder verscherpt toezicht staan omdat zij hun aandeel in de asielopvang niet op orde hebben. Het gaat om Aalsmeer, Bronckhorst, Brunssum, Bunschoten, De Ronde Venen, Dinkelland, Hardinxveld-Giessendam, Hellendoorn, Lopik, Montfoort, Oldebroek, Oldenzaal, Vlaardingen en Vught.

Vorige maand kwamen de eerste tien gemeenten op de lijst: Aalten, Achtkarspelen, Bergen in Limburg, Beverwijk, Gemert-Bakel, Overbetuwe, Sluis, Valkenswaard, Voerendaal en Westland. Met de nieuwe ronde staan nu 24 gemeenten onder intensiever toezicht van minister Van den Brink.

Wat verscherpt toezicht in de praktijk betekent

Op de lijst staan betekent dat de verantwoordelijke wethouder zich op het ministerie moet komen verantwoorden. Daar worden afspraken gemaakt over het beschikbaar stellen van een locatie voor een asielzoekerscentrum en over de termijn waarop die klaar moet zijn.

Het is dus in de eerste plaats een gespreksinstrument. Er wordt niets afgedwongen en er volgt geen boete, maar de gemeente moet wel uitleggen waarom er geen plekken zijn en zich vastleggen op een vervolgstap. De Spreidingswet geeft de minister de bevoegdheid om die druk uit te oefenen.

Trede drie van een ladder met zes treden

Het kabinet werkt met een escalatieladder die uit zes treden bestaat. De 24 gemeenten bevinden zich op de derde trede. Op de hoogste trede kan het Rijk een gemeente dwingen een opvanglocatie te accepteren, ongeacht wat de gemeenteraad daarvan vindt.

Die zwaarste stap is nog niet aan de orde, maar de constructie maakt duidelijk waar de route naartoe loopt. De opbouw is bedoeld om gemeenten in beweging te krijgen voordat het zover komt, want een van bovenaf opgelegde locatie leidt vrijwel altijd tot langdurige lokale weerstand en juridische procedures.

Westland is voorlopig de enige gemeente die op gesprek is geweest

Van de gemeenten die al langer op de lijst staan, is er tot nu toe maar een daadwerkelijk gesproken. Dat is Westland, waar ongeveer 700 opvangplekken zouden moeten komen en waar er op dit moment nul zijn. Het nieuwe gemeentebestuur heeft toegezegd na het zomerreces duidelijk te maken hoe het de opgave wil aanpakken.

Dat er verder nog geen gesprekken zijn gevoerd, wijt het ministerie mede aan de zomervakantie. Dat is een begrijpelijke verklaring, maar het legt ook een zwakte van het instrument bloot: een toezichtsvorm die volledig op overleg leunt, komt stil te liggen zodra de agenda's leeg zijn.

De VNG wijst naar de uitvoering, niet naar onwil

VNG-voorzitter Sharon Dijksma noemt het jammer dat er opnieuw gemeenten bij zijn gekomen. Volgens haar wil het merendeel van de gemeenten wel degelijk opvang realiseren, maar lopen zij in de praktijk vast op uitvoerbare zaken zoals het vinden van een geschikte locatie.

Zij plaatst het probleem daarmee in een breder verband. Asielprocedures duren te lang en de opvang staat onder te hoge druk, waardoor het systeem als geheel vastloopt. Gemeenten hebben volgens de VNG ruimte nodig voor maatwerk om aan hun verplichting te kunnen voldoen, en een lijst met namen lost dat onderliggende probleem niet op.

Het ministerie noemt het een feitelijke constatering

Ook het ministerie zelf nuanceert de lijst. Plaatsing erop is volgens de woordvoering een feitelijke constatering en geen oordeel over de politieke houding van een gemeentebestuur. Dat een gemeente te weinig plekken heeft, kan net zo goed aan praktische obstakels liggen als aan onwil.

Tegelijk zit er in de aanpak wel degelijk een oordeel besloten, want gemeenten die structureel weigeren een locatie aan te wijzen komen op dezelfde lijst terecht als gemeenten die er wel mee bezig zijn maar het niet rond krijgen. Dat verschil is voor de buitenwereld niet zichtbaar.

Een maandelijkse lijst als drukmiddel

Het ministerie publiceert maandelijks welke gemeenten hun opgave niet halen. Die openbaarheid is zelf onderdeel van het instrument, want naming en de bijbehorende lokale discussie zetten een gemeentebestuur onder druk zonder dat er formele stappen nodig zijn.

Of dat werkt, valt nog niet te zeggen. De lijst is in twee maanden gegroeid van tien naar 24 gemeenten, wat er vooral op wijst dat de opgave breder blijft liggen dan bij een handjevol uitgesproken tegenstanders. Voor de gemeenten die er wel in slagen plekken te openen, roept die groei bovendien de vraag op hoe eerlijk de verdeling uiteindelijk uitpakt.

Wat er nog niet bekend is

Onbekend is hoeveel plekken de veertien nieuwe gemeenten samen zouden moeten realiseren en hoeveel er nu daadwerkelijk zijn. Ook is niet gemeld op welke termijn de gesprekken op het ministerie gepland staan, en wanneer het kabinet bereid is naar een volgende trede van de ladder te stappen.

Evenmin is duidelijk of gemeenten van de lijst af kunnen zodra zij een concreet plan hebben, of pas wanneer de plekken er echt zijn. Dat verschil bepaalt in hoge mate hoe zwaar het instrument in de praktijk weegt.

Bronnen

Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Laat een reactie achter

Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.