Ebola in Congo groeit sneller dan de bestrijding, de WHO houdt rekening met drie tot vier keer meer besmettingen
De ebola-uitbraak in Congo telt bijna vierduizend bevestigde besmettingen en ruim achttienhonderd doden, maar de WHO gaat er intern van uit dat de werkelijke omvang drie tot vier keer groter is. Het virus heeft inmiddels ontheemdenkampen in Ituri bereikt, waar miljoenen mensen zonder schoon water en sanitair leven. Voor de Bundibugyo-variant bestaat geen goedgekeurd vaccin. Het ECDC noemt het risico voor Europa zeer laag.

Bijna vierduizend bevestigde gevallen sinds half mei
In de Democratische Republiek Congo zijn tot begin augustus 3.973 bevestigde ebolabesmettingen geregistreerd en 1.801 sterfgevallen. De uitbraak werd op 15 mei vastgesteld en groeide binnen drie maanden uit tot de grootste die ooit in het land is geteld. De WHO riep twee dagen na de vaststelling een internationale volksgezondheidsnoodsituatie uit.
De besmettingen zijn verdeeld over vijf provincies, met Ituri als zwaartepunt. Daar gaat het om 3.460 gevallen en 1.464 doden. Noord-Kivu volgt met 436 besmettingen en 292 doden, daarna Haut-Uele met 67 gevallen, Tshopo met zeven en Zuid-Kivu met drie. In totaal zijn 51 van de 140 gezondheidszones in die provincies getroffen.
De WHO gaat er intern van uit dat de tellingen niet kloppen
Het officiele aantal is vermoedelijk een aanzienlijke onderschatting. Uit interne correspondentie van de WHO blijkt dat de organisatie ervan uitgaat dat de uitbraak drie tot vier keer groter is dan wat er wordt waargenomen. Dat komt neer op ruwweg elfduizend tot vijftienduizend besmettingen.
De cijfers achter die schatting zijn veelzeggend. Van de in juli vastgestelde gevallen had slechts 46 procent een herleidbare epidemiologische link naar een bron. Bij ruim de helft van de bevestigde besmettingen is dus onbekend waar iemand het virus heeft opgelopen, wat betekent dat er een besmettingsketen buiten het zicht van de surveillance doorloopt.
Tachtig procent van de nieuwe gevallen staat niet op een contactlijst
Chikwe Ihekweazu, hoofd van het noodhulpprogramma van de WHO, stelde dat 80 procent van de nieuwe gevallen bij ontdekking niet op de contactlijsten van de responsteams voorkomt. Contactopsporing is bij ebola het belangrijkste instrument om een uitbraak in te dammen, omdat besmette personen pas besmettelijk zijn als zij klachten krijgen.
Als de meeste patienten zich buiten die lijsten aandienen, functioneert het systeem niet meer als vangnet maar als achteraf registrerende teller. Drie oorzaken worden genoemd: mensen bereiken pas weken na besmetting een kliniek, een deel overlijdt thuis zonder ooit medisch contact te hebben gehad, en gewapende groepen en aanvallen op zorginstellingen belemmeren het werk in Ituri.
Een sterftecijfer dat stijgt door wat er niet wordt geteld
Het geregistreerde sterftecijfer liep op van 28,8 procent in juni naar 44,1 procent eind juli. Dat lijkt op een virus dat dodelijker wordt, maar de verklaring ligt vermoedelijk elders. Doordat milde gevallen buiten beeld blijven en vooral ernstig zieke patienten de zorg bereiken, is de geregistreerde groep niet representatief.
Het cijfer meet daarmee eerder de kwaliteit van de opsporing dan de agressiviteit van het virus. Een stijgend sterftepercentage is in deze context dus geen teken dat de ziekte verandert, maar een signaal dat het surveillancesysteem een steeds selectiever deel van de werkelijkheid ziet.
Het virus heeft de ontheemdenkampen bereikt
Eind juli werd bevestigd dat ebola is doorgedrongen tot de kampen voor ontheemden in Ituri. Negentien ontheemden raakten besmet, vijf van hen zijn overleden. Minstens vijf van de 69 kampen in de provincie hebben besmettingen gemeld.
Dat is de ontwikkeling waar hulporganisaties het meest beducht voor waren. In de getroffen provincies leven 4,4 miljoen ontheemden. In de kampen ontbreekt het vaak aan water en sanitaire voorzieningen, en veel bewoners wantrouwen de gezondheidszorg. Dat is een combinatie waarin een virus dat zich via lichaamsvloeistoffen verspreidt bijzonder gemakkelijk voet aan de grond krijgt.
Geen vaccin voor deze variant, en stakend zorgpersoneel
De uitbraak wordt veroorzaakt door het Bundibugyo-virus, een zeldzamere ebolasoort. Tegen deze variant bestaat geen goedgekeurd vaccin. De vaccins die bij eerdere uitbraken zijn ingezet, zijn ontwikkeld tegen een andere soort. Er zijn wel middelen tegen Bundibugyo in ontwikkeling, maar die zijn nu niet beschikbaar voor grootschalige inzet.
Daar komt bij dat een deel van de hulpverleners in Ituri het werk heeft neergelegd uit onvrede over de betaling. Volgens bewoners verslechtert daardoor de toegang tot zorg juist in het gebied waar de meeste besmettingen vallen. WHO-directeur Tedros Adhanom Ghebreyesus reisde begin augustus naar Congo om de respons te ondersteunen.
Wat dit voor Nederland en Europa betekent
Voor inwoners van Nederland is het directe risico klein. Het Europese centrum voor ziektepreventie ECDC schat de kans op besmetting voor mensen in de EU en de EER als zeer laag, omdat overdracht direct contact met lichaamsvloeistoffen van een patient met klachten vereist. Toch zijn er sinds mei drie gevallen naar Europa meegereisd: twee naar Duitsland en een naar Frankrijk.
Nederland hanteert een aangescherpt reisadvies voor Congo. Wie door een getroffen provincie reist, moet eerst 21 dagen in een niet-getroffen provincie verblijven voordat vertrek uit het land mogelijk is. Dat sluit aan bij de incubatietijd van het virus. De EU en de lidstaten dragen daarnaast bij aan de bestrijding ter plaatse, en uit het VN-noodhulpfonds werd in mei zestig miljoen dollar vrijgemaakt. In Oeganda, waar de ziekte eveneens opdook met twintig gevallen en twee doden, werd de uitbraak op 28 juli beeindigd verklaard.
Bronnen
Reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Laat een reactie achter
Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.