Netbeheerders wijzen collectieve stroomaanvraag van Utrecht en Zuid-Holland voor woningbouw af
De provincies Utrecht en Zuid-Holland probeerden gezamenlijk netcapaciteit te reserveren voor honderdduizenden nog te bouwen woningen. De netbeheerders hebben die aanvraag afgewezen omdat die niet aan de criteria voor een formele capaciteitsaanvraag voldeed. Utrecht kreeg na overleg wel een garantie voor 35.000 woningen, Zuid-Holland werkt aan een actieplan.

Een gezamenlijke poging om de wachtrij voor te zijn
De provincies Utrecht en Zuid-Holland hebben eerder dit jaar geprobeerd om in een keer een grote hoeveelheid capaciteit op het elektriciteitsnet te reserveren voor woningen die hun gemeenten de komende jaren willen bouwen. Het idee achter die collectieve aanvraag was praktisch: door als provincie namens alle gemeenten aan te kloppen, zouden gemeenten niet langer elk afzonderlijk hoeven te vechten om dezelfde schaarse netruimte. De netbeheerders hebben de aanvraag inmiddels afgewezen. Volgens regionale netbeheerder Stedin voldeed het verzoek niet aan de criteria die voor een formele capaciteitsaanvraag gelden, en is het daarom ook niet als zodanig in behandeling genomen.
Om welke aantallen het ging
De omvang van de aanvragen laat zien hoe groot het probleem is. Utrecht vroeg om 100 megawatt, bedoeld voor ongeveer 60.000 woningen. Zuid-Holland ging aanzienlijk verder en wilde 1084 megawatt reserveren. Ongeveer de helft daarvan was bestemd voor het aansluiten van bijna een kwart miljoen woningen die voor 2032 gebouwd moeten worden. De rest was bedoeld voor andere ontwikkelingen die aan die woningbouw vastzitten, zoals bedrijvigheid en voorzieningen. Bij elkaar gaat het om een vermogen dat in de orde van grootte ligt van forse industriele afnemers, en dat maakt meteen duidelijk waarom netbeheerders zulke verzoeken niet zomaar kunnen inwilligen.
Wat er per 1 juli is veranderd
De timing van de aanvraag was geen toeval. De provincies dienden hun verzoek begin dit jaar in, vooruitlopend op nieuwe spelregels die per 1 juli van kracht zijn geworden. Onder het oude systeem reserveerden netbeheerders zelf ruimte voor woningbouwontwikkeling. Sinds 1 juli is dat niet langer het geval en staan woningbouwprojecten op dezelfde wachtlijst als grootverbruikers van elektriciteit, waar ze om dezelfde capaciteit concurreren. Voor gemeenten met plannen die nog niet volledig zijn uitgewerkt, betekent dat een aanzienlijk minder zekere positie dan voorheen. De collectieve aanvraag was juist bedoeld om die overgang voor te zijn, en precies dat is niet gelukt.
Utrecht kreeg alsnog een garantie
De afwijzing betekent niet dat er niets is geregeld. Na overleg met staatssecretaris Jo-Annes de Bat en de netbeheerders kreeg de provincie Utrecht de toezegging dat 35.000 woningen waarvan de bouw binnen drie jaar start, hoe dan ook een aansluiting krijgen. Dat is ruim de helft van het oorspronkelijk aangevraagde aantal, en het schept in elk geval duidelijkheid voor projecten die al ver gevorderd zijn. Voor plannen die verder in de toekomst liggen, blijft de onzekerheid staan. Zuid-Holland heeft een vergelijkbare toezegging niet gemeld en werkt in plaats daarvan aan een eigen aanpak.
Vanaf oktober mogen gemeenten zelf reserveren
Er komt wel een nieuwe route bij. Vanaf 1 oktober kunnen gemeenten zelf netcapaciteit reserveren voor bouwprojecten die nog niet concreet zijn. Dat vult een gat in het huidige systeem, waarin een aanvraag pas serieus wordt genomen als een project al vergaand is uitgewerkt, terwijl netverzwaring juist vele jaren vooruit gepland moet worden. Of die mogelijkheid het probleem echt verlicht, hangt af van de vraag hoeveel ruimte er straks nog te verdelen is. In grote delen van de Randstad is het net op piekmomenten al vol, en een reservering op papier levert geen extra kabels op.
Zuid-Holland komt met een actieplan
De provincie Zuid-Holland werkt aan een Actieplan Netcongestie dat in oktober gereed moet zijn. Doel daarvan is om stapsgewijs netruimte te creeren en om partijen die op de wachtlijst staan verder te helpen, bijvoorbeeld door slimmer om te gaan met bestaande aansluitingen, door vraag en aanbod in de tijd te spreiden en door projecten te bundelen. Dat soort maatregelen kan de druk verlichten, maar lost het onderliggende tekort aan transportcapaciteit niet op. Daarvoor zijn nieuwe stations en verzwaarde kabels nodig, en de doorlooptijd daarvan wordt gemeten in jaren, niet in maanden.
Waarom dit de woningbouw direct raakt
De koppeling tussen netcongestie en de woningnood wordt met deze afwijzing weer een stuk zichtbaarder. Een woning zonder aansluiting is geen woning, en dat geldt zeker voor nieuwbouw die volledig elektrisch wordt uitgevoerd, met warmtepompen, inductiekoken en laadpunten voor auto's. Waar vroeger een gasaansluiting een deel van de energievraag opving, komt nu alles op het elektriciteitsnet terecht. Gemeenten die harde bouwafspraken met het Rijk hebben gemaakt, lopen daardoor tegen een fysieke grens aan die niet met bestemmingsplannen of subsidies te verhelpen is. De discussie verschuift zo van vergunningen en stikstof naar de vraag of het net het simpelweg aankan.
Wat er nog open staat
Onduidelijk blijft welke van de honderdduizenden geplande woningen in Utrecht en Zuid-Holland daadwerkelijk vertraging oplopen en met hoeveel. De netbeheerders hebben de aanvraag afgewezen op procedurele gronden, wat iets anders is dan zeggen dat de capaciteit er niet is. Tegelijk is er geen aanwijzing dat er op korte termijn ruimte vrijkomt in de regio's waar het knelt. De komende maanden moet blijken of de nieuwe reserveringsmogelijkheid vanaf oktober en het actieplan van Zuid-Holland samen genoeg opleveren, of dat provincies opnieuw bij het kabinet aankloppen voor een oplossing die verder gaat dan een garantie voor de projecten die toch al bijna van start gingen.
Bronnen
Reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Laat een reactie achter
Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.