Zaterdag 31 oktober 2026
SlimmeKrant
Binnenland

Supermarktketens werken aan een noodwinkel per regio die open kan blijven als de stroom lang uitvalt

Albert Heijn, Jumbo, Aldi en Lidl werken aan een plan waarbij per regio minstens een supermarkt open blijft bij een langdurige stroomuitval. Die winkels moeten een noodaggregaat krijgen en mogelijk extra beveiliging. De ketens praten er ongeveer een half jaar over, met oog op dreigingen uit Rusland, overstromingen en grootschalige cyberaanvallen. Het CBL noemt de kosten het grootste bezwaar.

Supermarktketens werken aan een noodwinkel per regio die open kan blijven als de stroom lang uitvalt

Een winkel per regio die open kan blijven

Albert Heijn, Jumbo, Aldi en Lidl werken aan een plan waarbij per regio minstens een supermarkt open kan blijven als de stroom langere tijd uitvalt. Die aangewezen winkels moeten extra weerbaar worden gemaakt, met een noodaggregaat en mogelijk extra beveiliging. Het doel is te voorkomen dat Nederlanders bij een grote storing zonder eten en drinken komen te zitten.

De ketens praten hier ongeveer een half jaar over. Het gaat dus niet om een aangekondigde maatregel die binnenkort ingaat, maar om een voorbereiding die nog in de overlegfase zit.

Waarom een supermarkt nu sluit bij stroomuitval

Bij een forse stroomstoring moet een supermarkt in de praktijk de deuren dicht doen. De kassa's werken niet, pinnen lukt niet, en de koel- en vrieskasten vallen uit. Een winkel vol voorraad wordt dan binnen enkele uren een winkel vol bedorven voorraad, zonder dat er iets verkocht kan worden.

Slechts een handjevol supermarkten in Nederland heeft een noodaggregaat. Dat is geen nalatigheid maar een economische keuze: de Nederlandse stroomvoorziening is normaal gesproken zeer betrouwbaar, dus zo'n investering heeft zich nooit laten rechtvaardigen.

Gemiddeld anderhalf uur, maar daar gaat het niet om

Ruud Limmen, voorzitter van het Incident Management Team van Albert Heijn, zegt dat stroomstoringen nu gemiddeld anderhalf uur duren. Dat is een periode die een winkel zonder bijzondere voorzieningen kan overbruggen. De plannen zijn dan ook niet voor dat scenario bedoeld.

Waar de ketens zich op voorbereiden, is een situatie waarin de stroom veel langer wegblijft. Als aanleiding noemen ze internationale dreigingen, waaronder Rusland, maar ook overstromingen, een grootschalige cyberaanval en gewapend conflict. In al die gevallen is een storing van een paar uur niet de maatstaf.

Wat er technisch mogelijk is

Er bestaan protocollen om een winkel zonder internet door te laten draaien. Kassa's kunnen offline worden gebruikt en betalingen kunnen met contant geld worden afgehandeld. Dat vangt een deel van het probleem op, maar niet het koelen en vriezen van de voorraad.

Voor de stroom zelf bestaan er containers met zware batterij-installaties, die een supermarkt ongeveer tien uur langer kunnen laten werken. Tien uur is veel meer dan de gemiddelde storing en veel minder dan de scenario's waar de ketens over nadenken. Daarmee is zo'n container een overbrugging en geen oplossing.

De kosten zijn het struikelblok

Marc Jansen van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel, de branchevereniging van de supermarkten, benoemt het bezwaar openlijk. Het kost volgens hem heel veel geld om dit allemaal te doen, voor alle zekerheid. Dat is de kern van de afweging: de kans op een langdurige landelijke stroomuitval is klein, de kosten van voorbereiding zijn concreet en de rekening ligt bij private bedrijven.

Dat verklaart ook waarom de plannen nog niet verder zijn dan ze nu zijn. Zolang niet duidelijk is wie betaalt en om hoeveel winkels het gaat, blijft de inrichting open.

Niet alleen de winkel, ook de aanvoer

Een open winkel heeft weinig nut als er niets heen gaat. De supermarkten willen daarom met het ministerie van Sociale Zaken praten over personeelstekorten bij de distributiecentra. In een crisis moeten die centra blijven draaien, en daar is personeel voor nodig dat er nu niet altijd is.

Dat gesprek verbreedt het onderwerp van winkelinrichting naar de hele keten. Transport, distributie en personeel vallen niet onder de aggregaten en batterijen waar het plan mee begon, maar bepalen wel of een noodwinkel iets te verkopen heeft.

Wat dit zegt over de Nederlandse crisisvoorbereiding

Dat commerciele ketens zelf gaan nadenken over noodwinkels past in een bredere beweging waarin de voorbereiding op maatschappelijke verstoring niet meer alleen bij de overheid ligt. Supermarkten zijn in zo'n situatie feitelijk een vitale voorziening, zonder dat ze die status formeel hebben of de bijbehorende financiering krijgen.

Dat roept de vraag op waar de verantwoordelijkheid hoort te liggen. De ketens zoeken nu zelf het gesprek met een ministerie, maar doen dat vanuit de positie van een bedrijf dat zijn eigen rekening draagt.

Wat nog niet is besloten

De regio-indeling is nog niet bepaald, dus het is onbekend hoeveel noodwinkels er zouden komen en waar die zouden staan. Er zijn geen kostencijfers gedeeld en er is geen tijdlijn waarop de aangewezen winkels gereed zouden moeten zijn. Ook is niet gezegd of de overheid financieel bijdraagt of alleen meedenkt. Wat wel vaststaat, is dat de grootste ketens van het land dit onderwerp serieus genoeg vinden om er een half jaar lang over door te praten.

Bronnen

Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Laat een reactie achter

Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.