Een jaar na de alarmbrief van de inspecties zitten jongeren in jeugdgevangenissen nog altijd tot 22 uur per dag op cel
Een jaar na een alarmbrief van drie rijksinspecties is de situatie in de zes justitiele jeugdinrichtingen nauwelijks verbeterd. Jongeren missen structureel lesuren en zitten op sommige dagen 22 uur op cel, constateert de Inspectie Justitie en Veiligheid. Kinderombudsman Margrite Kalverboer spreekt van schending van kinderrechten. Het ministerie laat weten dat snelle oplossingen niet meer binnen bereik liggen en komt begin 2027 met maatregelen.

Een waarschuwing die na een jaar nog steeds geldt
Vorig jaar trokken drie rijksinspecties samen aan de bel over de omstandigheden in de justitiele jeugdinrichtingen. De Inspectie van het Onderwijs, de Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd stelden in een gezamenlijke brief vast dat jongeren daar niet krijgen waar zij recht op hebben. Een jaar later constateert de Inspectie Justitie en Veiligheid dat er nauwelijks iets is veranderd.
Kinderombudsman Margrite Kalverboer noemt de situatie een schending van kinderrechten. Volgens haar zijn de basisvoorzieningen wel aanwezig, maar schiet de inhoudelijke begeleiding tekort. Jongeren krijgen niet de voorbereiding die zij nodig hebben om na hun straf terug te keren in de samenleving, en juist dat is de kern van wat jeugddetentie zou moeten zijn.
De uren die op papier staan
Nederland telt zes justitiele jeugdinrichtingen. Daar verblijven per jaar tussen de vijftienhonderd en tweeduizend jongeren. Wettelijk hebben zij recht op zevenenzeventig uur groepsactiviteiten per week, een norm die onderwijs, sport, behandeling en dagbesteding omvat.
Die norm werd tijdelijk verlaagd naar tweeenzestig uur, omdat de inrichtingen het oorspronkelijke aantal niet haalden. Ook het verlaagde aantal wordt in de praktijk niet gehaald. Dat betekent dat een norm die al was aangepast aan de werkelijkheid, alsnog buiten bereik blijft.
Wat uitval in de praktijk betekent
Achter die uren gaat een dagelijkse werkelijkheid schuil. De inspecties melden dat jongeren zelden naar buiten gaan, dat onderwijs regelmatig helemaal niet doorgaat en dat behandelingen uitblijven. Activiteiten worden geschrapt zodra er te weinig personeel is om groepen te begeleiden.
Op sommige dagen leidt dat ertoe dat jongeren tweeentwintig uur per etmaal op cel doorbrengen. Lessen vallen soms meerdere dagen achter elkaar uit, simpelweg omdat er niemand beschikbaar is om de jongeren van hun cel naar het leslokaal te begeleiden. Het gaat daarbij om minderjarigen en jongvolwassenen die nog leerplichtig zijn of aan een opleiding werken.
Lelystad als voorbeeld
De inrichting in Lelystad, die wordt gerund door Stichting Pluryn, kampt met een personeelstekort van vijfendertig medewerkers. Dat tekort werkt direct door in het dagprogramma: zonder begeleiders kunnen groepen niet draaien en blijven cellen dicht.
Marcel Companjen, voorzitter van de commissie van toezicht bij die inrichting, ziet de gevolgen van dichtbij. De commissies van toezicht zijn de onafhankelijke organen die binnen elke inrichting toezien op de behandeling van gedetineerden en waar klachten terechtkomen.
Klachten die met sigaretten worden gesust
Het aantal klachten is zo hoog opgelopen dat gedetineerden die te weinig activiteitenuren krijgen tegenwoordig automatisch een vergoeding ontvangen. Dat is bedoeld als praktische oplossing voor een stroom aan procedures, maar het bevestigt tegelijk dat de tekorten structureel zijn en niet incidenteel.
Zorgwekkender is wat jongeren zelf melden. Volgens hen kregen zij een vergoeding aangeboden om klachten in te trekken, bijvoorbeeld in de vorm van sigaretten. Als dat klopt, verschuift het probleem van een tekort aan uren naar de vraag of het klachtrecht binnen deze inrichtingen nog functioneert zoals bedoeld.
Waarom dit juridisch zwaar weegt
Behalve de Kinderombudsman doet ook het College voor de Rechten van de Mens onderzoek naar de situatie in de jeugdinrichtingen. Dat twee onafhankelijke instanties zich tegelijk over dezelfde inrichtingen buigen, geeft aan dat het niet als een operationele hobbel wordt gezien maar als een kwestie van grondrechten.
Detentie ontneemt iemand de vrijheid, maar niet het recht op onderwijs, op behandeling en op menswaardige omstandigheden. Bij minderjarigen wegen die rechten zwaarder, omdat het VN-Kinderrechtenverdrag detentie van kinderen alleen toestaat als uiterste middel en dan met nadrukkelijke verplichtingen rond ontwikkeling en resocialisatie. Een jongere die zes jaar in jeugddetentie doorbracht, zoals in de berichtgeving naar voren komt, brengt in die periode een groot deel van zijn vormende jaren binnen deze muren door.
Wat het ministerie belooft
Het ministerie van Justitie en Veiligheid erkent dat er een probleem ligt en formuleert dat opvallend openhartig: snelle oplossingen zijn niet meer binnen bereik. Maatregelen worden begin 2027 gepresenteerd, ruim anderhalf jaar na de oorspronkelijke alarmbrief.
Die termijn is het pijnlijkste deel van dit dossier. Voor een organisatie is anderhalf jaar een redelijke doorlooptijd voor structurele personeelsproblemen, want begeleiders zijn schaars en opleiden kost tijd. Voor een zestienjarige die nu een jaar vastzit, is het de hele detentieperiode. De jongeren die door de aangekondigde maatregelen geholpen zouden worden, zijn tegen die tijd grotendeels al weer buiten, met precies de achterstand die de inrichting had moeten wegwerken.
Bronnen
Reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Laat een reactie achter
Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.