Rechtbank verwerpt aanslag van 35 miljoen euro tegen oprichters van softwarebedrijf Mendix
De rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat de Belastingdienst het aandelenbelang van twee oprichters van het Rotterdamse softwarebedrijf Mendix ten onrechte als lucratief belang aanmerkte. Een van hen kreeg een aanslag van 35 miljoen euro opgelegd, terwijl volgens de rechtbank duidelijk was dat die niet overeind zou blijven. De fiscus handelde tegen beter weten in en moet een ongebruikelijk hoge proceskostenvergoeding betalen. De uitspraak raakt een groep softwareondernemers die na een verkoop met vergelijkbare aanslagen te maken kreeg.

Een aanslag die vrijwel het hele vermogen zou opeten
De rechtbank Den Haag heeft de Belastingdienst ongelijk gegeven in een langlopend conflict met twee oprichters van Mendix, het Rotterdamse bedrijf dat software maakt waarmee bedrijven zonder veel programmeerwerk applicaties kunnen bouwen. De inspecteur had hun aandelenwinst willen belasten als lucratief belang. Volgens de rechtbank was daarvan geen sprake.
Om welk soort bedragen het gaat, blijkt uit de aanslag die een van de oprichters kreeg opgelegd: 35 miljoen euro. De rechtbank stelt vast dat er bij toepassing van de regeling een belastingdruk van bijna honderd procent dreigde, waardoor min of meer het volledige vermogen van de ondernemer zou zijn wegbelast.
Waar het geld vandaan kwam
Mendix werd in 2018 overgenomen door het Duitse Siemens. Met de verkoopprijs van ongeveer zevenhonderd miljoen dollar, omgerekend ruim zeshonderd miljoen euro, en een gezamenlijk belang van rond de dertig procent kwam er voor de oprichters bij elkaar zo'n honderdtachtig miljoen euro vrij. Het bedrijf werd opgericht door Derek Roos, Roald Kruit en Derckjan Kruit. Twee van hen stapten naar de rechter.
Die overname geldt binnen de Nederlandse techsector nog altijd als een van de grootste exits. Juist daardoor kreeg de fiscale nasleep ervan betekenis die verder reikt dan dit ene bedrijf.
Wat de regeling lucratief belang eigenlijk moet doen
De regeling lucratief belang bestaat om excessieve beloningsconstructies aan te pakken. Zij is bedoeld voor situaties waarin iemand aandelen of vergelijkbare rechten krijgt die door een hefboomconstructie een buitensporig rendement kunnen opleveren, waarbij dat rendement in feite een vergoeding is voor verricht werk. In dat geval verhuist de opbrengst van de vermogenssfeer naar box 1, waar het toptarief geldt.
Het klassieke voorbeeld komt uit de private equity, waar managers tegen gunstige voorwaarden een klein pakket krijgen dat bij een succesvolle verkoop enorm uitvergroot wordt. De rechtbank oordeelt dat de situatie van de Mendix-oprichters daar niet op lijkt.
Oprichtersrisico is geen beloningsconstructie
Doorslaggevend is volgens de rechtbank hoe de oprichters aan hun aandelen kwamen. Zij brachten gewoon oprichtersvermogen in en liepen als eerste investeerders het volle risico dat het bedrijf niets zou worden. Hun belang was geen pakket dat zij later kregen toebedeeld als beloning voor management, maar het aandeel waarmee zij zijn begonnen.
Dat zij daarmee meeliftten op de waardegroei van de onderneming is precies wat aandeelhouderschap inhoudt. De rechtbank concludeert dan ook dat er geen lucratief belang is.
Bijna twee jaar zonder inhoudelijk gesprek
Naast het inhoudelijke oordeel komt er scherpe kritiek op de werkwijze van de Belastingdienst. Er verstreek meer dan een jaar en tien maanden voordat de dienst inhoudelijk met de adviseur van de ondernemers om tafel ging. Gezien de omvang van de dreigende aanslag noemt de rechtbank die vertraging niet te rechtvaardigen.
De formulering die het zwaarst weegt is dat de fiscus tegen beter weten in doorprocedeerde, terwijl al duidelijk was dat de aanslag geen stand zou houden. Dat is een verwijt over houding, niet over interpretatie, en het leidt tot een ongebruikelijk hoge vergoeding van de proceskosten.
Hoe de Belastingdienst nu reageert
De dienst erkent dat het is misgegaan en heeft excuses aangeboden. Er wordt gewerkt aan wat een passende oplossing wordt genoemd, en volgens vakmedia lopen er gesprekken over een schikking. Intern is een expertisecentrum ingericht dat zaken rond lucratief belang moet beoordelen, zodat vergelijkbare dossiers niet opnieuw jarenlang blijven liggen.
Wat er nog niet ligt, is duidelijkheid over de regeling zelf. Een wetswijziging op korte termijn is niet aangekondigd, waardoor de scheidslijn tussen oprichtersvermogen en beloning in aandelen voorlopig door rechters wordt getrokken.
Waarom dit de Nederlandse techsector raakt
Voor softwareondernemers is dit meer dan een individuele overwinning. Betaling in aandelen is in de sector de gebruikelijke manier om vroege medewerkers en oprichters te binden aan een bedrijf dat jarenlang geen winst maakt. Als onduidelijk blijft wanneer zulke aandelen achteraf als beloning worden aangemerkt, wordt het risico van een exit voor betrokkenen moeilijk in te schatten.
Dat raakt aan de bredere discussie over opschaling. Nederland is goed in het starten van technologiebedrijven en zwakker in het laten doorgroeien ervan, en fiscale onzekerheid rond de uiteindelijke verkoop is een van de factoren die daarbij worden genoemd. Een uitspraak die de grens duidelijker trekt, helpt ondernemers die nu een bedrijf opbouwen.
Wat nog niet vaststaat
De uitspraak komt van een rechtbank en is daarmee niet het laatste woord. Of de Belastingdienst hoger beroep instelt, is niet bekendgemaakt, en zolang dat niet duidelijk is blijft de juridische situatie voor vergelijkbare gevallen onzeker. Ook de omvang en de voorwaarden van een eventuele schikking zijn niet openbaar.
Daarbij past dat elke zaak op zijn eigen feiten wordt beoordeeld. Dat de oprichters van Mendix als eerste investeerders werden gezien, betekent niet automatisch dat medewerkers die later aandelen kregen buiten de regeling vallen. Voor die groep blijft de vraag open.
Bronnen
Reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Laat een reactie achter
Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.