Zondag 2 augustus 2026
SlimmeKrant
Binnenland

Meer ziekenhuizen nemen late zwangerschapsafbrekingen op zich, de SGP stelt vragen over de proef

Een zwangerschapsafbreking is in Nederland tot 24 weken toegestaan, maar tussen week 22 en 24 kon het in de praktijk vrijwel nergens zonder medische reden. Vijf ziekenhuizen doen nu mee aan een proef die dat gat in de zorg moet dichten, met een maximum van vier gevallen per ziekenhuis per jaar. Andere ziekenhuizen verkennen of zij kunnen aansluiten. De SGP noemt de proef schokkend en stelde vragen aan de minister.

Meer ziekenhuizen nemen late zwangerschapsafbrekingen op zich, de SGP stelt vragen over de proef

Zorg die wettelijk mag en bijna nergens werd gegeven

In Nederland mag een zwangerschap tot 24 weken worden afgebroken. In de praktijk gebeurt dat na de 22e week bijna nooit, en al helemaal niet wanneer er geen medische reden voor is. Tot 22 weken kunnen vrouwen terecht bij een abortuskliniek of via de huisarts, daarna kan de ingreep alleen nog in een ziekenhuis.

Daar zit al jaren een gat in het aanbod. Ziekenhuizen deden late afbrekingen vooral bij ernstige afwijkingen bij het kind of bij gevaar voor de moeder, waardoor vrouwen met een ongewenste of onbedoelde zwangerschap in dat late stadium in Nederland nergens terechtkonden.

Een proef in vijf ziekenhuizen

Dat verandert nu stap voor stap. Het OLVG in Amsterdam is begonnen met een proef waarin per jaar vier zwangerschappen tussen de 22e en de 24e week worden afgebroken op wat een sociale indicatie heet, bijvoorbeeld bij een ongewenste of onbedoelde zwangerschap.

De pilot is opgezet met vijf instellingen: het Amsterdam UMC, het Erasmus MC, het LUMC, het UMC Utrecht en het OLVG. Elk deelnemend ziekenhuis mag tijdens de proef maximaal vier van deze afbrekingen per jaar doen. Volgens de beroepsvereniging van gynaecologen NVOG verkennen verschillende andere ziekenhuizen hoe zij kunnen aansluiten.

Wat de cijfers laten zien

In 2024 werden in Nederland ruim 39.000 zwangerschappen afgebroken. Daarvan vonden er 331 plaats tussen de 22e en de 24e week, een fractie van het totaal.

Het ministerie registreert niet systematisch of aan zo een late afbreking een medische of een andere reden ten grondslag lag. De NVOG schat dat het bij ongeveer 225 van die gevallen niet om een medische indicatie ging, maar dat blijft dus een schatting en geen geregistreerd cijfer.

De reis naar Spanje of Engeland

Zonder Nederlands aanbod weken vrouwen uit naar het buitenland. Spanje, Groot-Brittannie en enkele Amerikaanse staten zijn de bestemmingen die in de berichtgeving telkens terugkomen.

Dat betekende reizen, zelf betalen en een ingreep ondergaan ver van de eigen huisarts en de eigen nazorg. De proef moet dat gat dichten, zodat deze zorg binnen het Nederlandse stelsel en binnen de bestaande wet kan worden geleverd.

Spreiding over meer ziekenhuizen

Naast de pilot loopt een tweede beweging, namelijk het verdelen van de bestaande late abortuszorg over meer plekken. Het UMCG in Groningen voert deze ingrepen al uit en ziet dat een klein aantal ziekenhuizen nu een groot deel van de last draagt.

Sanne Gordijn, hoofd verloskunde in het UMCG, benadrukt dat een andere verdeling van deze zorg niet betekent dat er iets verandert aan het beleid zelf. De wettelijke grenzen en de medische afwegingen blijven gelijk, alleen het aantal instellingen dat de zorg levert wordt groter.

Wat het van zorgverleners vraagt

Voor de betrokken artsen en verpleegkundigen is dit geen gewone ingreep. Gordijn zegt dat een late abortus emotioneel heel zwaar is, ook voor de zorgverleners zelf, en dat het nooit routine wordt.

Bij de begeleiding hoort daarom meer dan de ingreep alleen. Vrouwen krijgen psychologische ondersteuning en er wordt gesproken over alternatieven, waaronder het uitdragen van de zwangerschap en afstand ter adoptie.

De grens van 24 weken

De bovengrens in de wet ligt dicht bij de grens waarop een kind buiten de baarmoeder kan overleven. Naarmate een zwangerschap de 24 weken nadert, wordt dat verschil kleiner, en de NVOG wijst erop dat een kind na een late afbreking soms levend ter wereld komt.

Dat is precies wat deze zorg zo beladen maakt. Het onderscheid tussen een afbreking en een zeer vroege geboorte is in die laatste weken medisch smal, terwijl de juridische grens hard is.

Politieke kritiek en vragen aan de minister

De SGP reageerde geschokt op de proef. Kamerlid Diederik van Dijk legde een reeks vragen voor aan minister Hermans van Volksgezondheid, onder meer over de vraag of ziekenhuizen kunnen worden verplicht om mee te doen.

Het ministerie stelt dat de pilot bedoeld is om bestaande zorg te verbeteren en de toegankelijkheid te vergroten, binnen de wettelijke en medische kaders die er al zijn. Daarmee ligt de vraag op tafel of dit inderdaad uitvoering van geldend recht is, of dat de praktijk feitelijk opschuift zonder dat de wet verandert.

Bronnen

Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Laat een reactie achter

Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.