Vrijdag 30 oktober 2026
SlimmeKrant
Buitenland

Reddingswerkers zoeken in West-Colombia een tweede dag naar overlevenden na aardbeving met zeker 132 doden

Een aardbeving met een kracht van 7,4 trof maandagochtend het westen van Colombia, met het epicentrum bij San Jose del Palmar in de provincie Choco. Volgens de autoriteiten kwamen zeker 132 mensen om en raakten meer dan 570 mensen gewond. Ongeveer 1.600 gebouwen zijn beschadigd of ingestort en maandagavond stonden ruim 2.700 mensen als vermist geregistreerd. President De la Espriella zette het leger en de politie in voor de reddingsoperatie.

Reddingswerkers zoeken in West-Colombia een tweede dag naar overlevenden na aardbeving met zeker 132 doden

Een beving die tot in Ecuador en Panama voelbaar was

Maandagochtend kort na half acht lokale tijd werd het westen van Colombia getroffen door een aardbeving met een kracht van 7,4. Het epicentrum lag bij de gemeente San Jose del Palmar in de provincie Choco, ongeveer vierhonderd kilometer ten westen van de hoofdstad Bogota. De beving vond plaats op een diepte van ongeveer 107 kilometer.

De schok was voelbaar in een groot deel van het land, waaronder in de steden Cali, Quibdo, Pereira en Manizales, en in tientallen kleinere plaatsen. Ook in buurlanden Ecuador en Panama voelden mensen de grond bewegen.

Het dodental loopt nog op

Volgens de laatste opgave van de autoriteiten kwamen zeker 132 mensen om het leven en raakten meer dan 570 mensen gewond. Maandagavond stonden meer dan 2.700 mensen als vermist geregistreerd. Dat cijfer is onzeker: het gaat om meldingen van familieleden, die deels via burgerinitiatieven op websites worden verzameld, waardoor dubbeltellingen en later teruggevonden personen erin kunnen zitten.

Ongeveer 1.600 gebouwen zijn beschadigd of ingestort. In het plaatsje El Cairo, dicht bij het epicentrum, spraken functionarissen over schade aan tachtig procent van de bebouwing. Zulke percentages zeggen iets over de bouwwijze in het gebied, waar veel woningen niet zijn ontworpen om een schok van deze omvang op te vangen.

Zoeken met de hand tussen het beton

Dinsdag ging het reddingswerk de tweede dag in. Militairen, hulpdiensten en bewoners werken naast elkaar en geven brokken beton met de hand door om bij mogelijke overlevenden te komen. Dat beeld is kenmerkend voor de eerste dagen na een beving in moeilijk bereikbaar gebied, waar zwaar materieel simpelweg niet op tijd ter plaatse is.

De eerste 72 uur gelden bij dit soort rampen als de periode waarin de meeste levende slachtoffers worden gered. Naarmate die termijn verstrijkt, verschuift een reddingsoperatie in de praktijk naar berging, en verplaatst de urgentie zich naar onderdak, schoon water en medische zorg voor de mensen die het wel hebben overleefd.

De nieuwe president stuurt het leger

President Abelardo de la Espriella, pas kort geleden beedigd, heeft naar eigen zeggen het volledige militaire en politieapparaat ingezet. Er zijn genietroepen, reddingsteams en speurhonden naar het rampgebied gestuurd. De Verenigde Staten zegden 15,5 miljoen dollar aan noodhulp toe.

Voor een regering die net is aangetreden, is een ramp van deze omvang een vroege en meedogenloze test. De la Espriella profileerde zich bij zijn aantreden vooral op veiligheid en een harde lijn tegen gewapende groepen. Een reddingsoperatie in een afgelegen provincie vraagt om iets anders, namelijk logistiek, coordinatie en het snel op gang krijgen van hulp in gebieden waar de staat traditioneel weinig aanwezig is.

Waarom Choco extra kwetsbaar is

Het getroffen gebied ligt in een van de armste en dunstbevolkte delen van Colombia. Choco is bergachtig en bebost, met beperkte wegverbindingen, en de provincie kampt al jaren met achterstanden in voorzieningen. Wegen die door de beving zijn geblokkeerd of beschadigd, maken de aanvoer van hulp meteen tot een probleem op zich.

Colombia ligt op de zogeheten Ring van Vuur, de zone rond de Stille Oceaan waar aardbevingen veelvuldig voorkomen. Lichte bevingen zijn er alledaags, maar schokken boven kracht 6,0 zijn zeldzaam. De laatste vergelijkbare ramp dateert van 1999, toen bij een beving met een kracht van 6,2 meer dan 1.100 mensen omkwamen.

Diepte werkt twee kanten op

Dat deze beving op ruim honderd kilometer diepte plaatsvond, is niet zonder betekenis. Bij een diepe beving wordt de energie over een groter gebied verspreid voordat zij het oppervlak bereikt, waardoor de schok direct boven het epicentrum minder vernietigend uitpakt dan bij een ondiepe beving van dezelfde kracht.

De keerzijde is het bereik. Juist doordat de golven van ver komen, worden ze over honderden kilometers gevoeld en kunnen ook gebouwen ver van het epicentrum schade oplopen. Dat verklaart waarom meldingen binnenkwamen uit steden die op grote afstand liggen, en waarom een volledig schadebeeld dagen op zich laat wachten.

Wat er nog niet vaststaat

Veel cijfers zijn voorlopig. Het dodental is in de eerste 24 uur al meermalen bijgesteld en zal naar verwachting verder oplopen naarmate afgelegen dorpen bereikbaar worden. Ook het aantal vermisten en het aantal beschadigde gebouwen zijn schattingen die nog kunnen veranderen.

Over internationale hulp is tot dusver vooral de Amerikaanse bijdrage bekendgemaakt. Of Colombia een breder beroep doet op buitenlandse reddingsteams, waaronder die uit Europa, is op dit moment niet bevestigd. Nederland merkt van een ramp op dit continent zelden iets direct, maar dat maakt de vraag of Europese hulpcapaciteit wordt aangeboden niet minder relevant, aangezien juist gespecialiseerde teams voor puinredding in de eerste dagen het verschil kunnen maken.

Bronnen

Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Laat een reactie achter

Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.