Vrijdag 30 oktober 2026
SlimmeKrant
Binnenland

Oplopende rente zet de verdeelplannen onder druk van pensioenfondsen die op 1 januari overstappen

Pensioenfondsen die op 1 januari 2027 naar het nieuwe stelsel overgaan, rekenden hun verdeling van het vermogen door op een rentestand die inmiddels is achterhaald. Beleggingsadviseur Kjeld Frints van Sprenkels waarschuwt dat de hogere rente de dekkingsgraden zo ver opdrijft dat de afgesproken verdeelformules kunnen gaan knellen. DNB heeft van meerdere fondsen signalen gekregen over mogelijke rekenproblemen, terwijl ABP en PME zeggen voorlopig geen knelpunt te zien.

Oplopende rente zet de verdeelplannen onder druk van pensioenfondsen die op 1 januari overstappen

Een rentestand waar niet mee gerekend was

Pensioenfondsen die op 1 januari 2027 overgaan naar het nieuwe pensioenstelsel, lopen tegen een probleem aan dat niemand had ingepland: de rente is hoger geworden dan waarmee hun plannen zijn doorgerekend. Beleggingsadviseur Kjeld Frints van adviesbureau Sprenkels signaleert dat in de kwartaalrapportage van zijn bureau over de rente.

Zijn formulering is voorzichtig maar duidelijk. Wij zien dat zich een economische situatie voordoet waar nog niet mee gerekend is, zegt hij over de stand van zaken. Het gaat daarbij niet om een tekort, maar om het omgekeerde.

Waarom een hogere rente juist lastig is

Een pensioenfonds berekent de waarde van zijn toekomstige verplichtingen met de marktrente. Stijgt die rente, dan is er vandaag minder geld nodig om dezelfde toezegging later te kunnen uitkeren, en dus verbetert de dekkingsgraad. Dat is op zichzelf gunstig nieuws voor deelnemers.

Het knelpunt zit in het invaren zelf. Bij de overstap wordt het collectieve vermogen verdeeld over individuele pensioenpotten, volgens een formule die maanden eerder is ontworpen en met werkgevers en vakbonden is afgesproken. Hoe hoger de dekkingsgraad, hoe meer er te verdelen valt. Wordt die te hoog, dan past de formule niet meer en moeten fondsen opnieuw rekenen en mogelijk opnieuw onderhandelen. Frints noemt het een luxeprobleem, maar wel een probleem.

Hoe hoog de dekkingsgraden inmiddels staan

De cijfers laten zien hoe snel het is gegaan. De gemiddelde dekkingsgraad van Nederlandse pensioenfondsen kwam in september uit op ongeveer 136 procent, volgens de Pensioenthermometer van adviesbureau Aon. De indicatieve beleidsdekkingsgraad, die over een langere periode wordt gemeten, stond op 130 procent.

Bij de fondsen die nog onder het oude toezichtkader vallen ging de dekkingsgraad in het derde kwartaal met 4,7 procentpunt omhoog naar 136,1 procent. Behalve de gestegen rente droegen ook hogere aandelenkoersen en een nieuwe prognosetafel voor de levensverwachting daaraan bij. Die nieuwe tafel alleen al voegde ongeveer 1,2 procentpunt toe.

Wat de fondsen en de toezichthouder zeggen

Bij de grote fondsen klinkt voorlopig geen alarm. ABP en PME, die beide nog moeten invaren, houden de situatie in de gaten maar verwachten op dit moment niet dat de stijgende rente tot problemen leidt.

De Nederlandsche Bank, die elk invaarbesluit vooraf moet toetsen, geeft een minder gerust beeld. De toezichthouder zegt van verschillende fondsen signalen te hebben gekregen over mogelijke problemen met de rekenwijze. Dat is precies het punt waar het om gaat: niet of er genoeg geld is, maar of de afgesproken verdeling nog klopt.

Hoeveel fondsen het betreft

De omvang van de operatie maakt het risico tastbaar. Van de zevenendertig fondsen en kringen die per 1 januari willen overstappen, hebben er zeker vijfentwintig groen licht van DNB. Naar verwachting is op die datum ongeveer twee derde van alle fondsen ingevaren.

Eind september waren al tweeenveertig fondsen over, acht meer dan een kwartaal eerder. Samen beheerden zij 566 miljard euro van de ruim 1.630 miljard euro die alle Nederlandse pensioenfondsen bij elkaar hebben. Nog zo'n vijfenvijftig fondsen volgen later, met 1 januari 2028 als wettelijke einddatum.

De procedure laat weinig ruimte

Fondsen moeten hun invaarplan twaalf maanden voor de overstapdatum bij DNB indienen, en de toezichthouder streeft ernaar binnen zes maanden te beoordelen. Voor fondsen die per 1 januari 2028 overgaan, moet DNB dus voor 1 juli 2027 een besluit nemen.

Die kalender is de kern van het probleem. Een plan dat een jaar eerder is ingediend, is doorgerekend met de rente van toen. Wie halverwege moet herrekenen, raakt niet alleen aan cijfers maar ook aan afspraken met sociale partners, en die zijn niet in een paar weken opnieuw te maken.

Wat deelnemers hiervan merken

Voor deelnemers zit het belang in de verdeling, niet in het totaal. De rente bepaalt in welke mate iemand er bij de overstap op voor- of achteruitgaat, omdat die bepaalt hoeveel vermogen aan welke leeftijdsgroep wordt toegerekend. Een andere rentestand verschuift dus de uitkomst tussen jong en oud.

Frank Driessen, directeur Wealth bij Aon Nederland, ziet voor deelnemers van fondsen die nog moeten overstappen voorlopig geen reden tot zorg. Tegelijk verdwijnt in het nieuwe stelsel de jaarlijkse indexatie en beweegt het pensioen sterker mee met de economie, waardoor het bedrag zowel sneller kan stijgen als kan dalen.

Wat dit voor Nederland betekent

De overgang naar het nieuwe stelsel wordt de grootste financiele operatie uit de Nederlandse geschiedenis genoemd, en dat is geen overdrijving bij een vermogen van ruim 1.630 miljard euro. Juist bij zo'n operatie is het ongemakkelijk dat de uitkomst voor miljoenen deelnemers gevoelig is voor iets wat niemand bestuurt, namelijk de marktrente op het moment van invaren.

Het is daarmee geen financieel maar een bestuurlijk risico. De fondsen hebben het geld, de vraag is of de formules en de afspraken eromheen snel genoeg mee kunnen bewegen. Hoe dat uitvalt, wordt pas zichtbaar in de eerste maanden van 2027, wanneer de fondsen die op 1 januari overstappen hun definitieve toedeling bekendmaken.

Bronnen

Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Laat een reactie achter

Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.