Vrijdag 30 oktober 2026
SlimmeKrant
Binnenland

Rapport van de Nederlandse ggz: 62.500 mensen met een ernstige psychische aandoening krijgen helemaal geen zorg

Ongeveer een kwart van de volwassenen met een ernstige psychische aandoening is uit beeld bij de hulpverlening, blijkt uit het rapport Blijvend nabij van branchevereniging de Nederlandse ggz. Het gaat om naar schatting 62.500 mensen. Zij vallen vooral tussen wal en schip na ontslag uit een kliniek of na detentie, mede door een tekort aan geschikte woningen. De vereniging wil bemoeizorg in alle gemeenten en een vaste contactpersoon bij elke overgang.

Rapport van de Nederlandse ggz: 62.500 mensen met een ernstige psychische aandoening krijgen helemaal geen zorg

Een kwart van een groep die juist zorg nodig heeft

Ongeveer 62.500 volwassenen met een ernstige psychische aandoening krijgen op dit moment geen enkele vorm van zorg. Dat staat in Blijvend nabij, een rapport dat branchevereniging de Nederlandse ggz deze week publiceerde. Het gaat om ongeveer een kwart van alle volwassenen in Nederland bij wie zo een aandoening is vastgesteld.

Het gaat daarbij niet om mensen met lichte of tijdelijke klachten. Een ernstige psychische aandoening is een langdurige stoornis die het dagelijks functioneren blijvend beperkt, vaak in combinatie met problemen op het gebied van werk, inkomen en huisvesting. Juist bij die groep is verlies van contact met de hulpverlening zelden een neutrale keuze.

Waar de aansluiting misgaat

Het rapport wijst twee momenten aan waarop mensen structureel wegvallen. Het eerste is het ontslag uit een kliniek, het tweede het einde van een detentieperiode. Op precies die overgangen keren mensen terug in de samenleving zonder dat vaststaat wie hen daarna volgt.

De kern van het probleem is dat de ondersteuning is georganiseerd rond behandeltrajecten en indicaties, terwijl de kwetsbaarheid zelf niet stopt zodra zo een traject afloopt. Voorzitter Ruth Peetoom van de Nederlandse ggz benoemt dat verschil expliciet: een psychische kwetsbaarheid verdwijnt niet wanneer een behandeling of indicatie eindigt, maar de zorg wordt wel zo ingericht alsof dat gebeurt.

Wonen als ontbrekende schakel

Een van de nadrukkelijkst genoemde oorzaken ligt buiten de zorg zelf. Er zijn te weinig betaalbare huurwoningen beschikbaar voor mensen met psychische problemen. Wie na een opname of detentie geen woonplek heeft, verliest daarmee ook het aanknopingspunt waarlangs hulpverleners iemand kunnen bereiken.

Dat maakt de kwestie tot meer dan een ggz-vraagstuk. Zonder adres is inschrijving bij een gemeente lastig, en zonder inschrijving worden aanvragen voor uitkeringen en begeleiding ingewikkeld. De woningmarkt en de geestelijke gezondheidszorg lopen hier in elkaar over, terwijl ze bestuurlijk gescheiden blijven.

Wat de vereniging wil dat er gebeurt

De Nederlandse ggz doet drie aanbevelingen. Bemoeizorg, de vorm van hulp waarbij hulpverleners actief op mensen afstappen die zelf geen contact zoeken, moet in alle gemeenten beschikbaar zijn zodat zorgmijders eerder in beeld komen. Verder moeten er meer woningen komen voor mensen met psychische kwetsbaarheid.

De derde aanbeveling is de meest concrete: na ontslag uit een kliniek of na detentie moet vaststaan wie iemand in die overgang begeleidt. Dat klinkt eenvoudig, maar het raakt aan de verdeling van verantwoordelijkheden tussen zorginstellingen, gemeenten en justitie, waar nu juist de gaten vallen.

Bemoeizorg vraagt mensen die er niet zijn

De aanbevelingen botsen op een praktisch bezwaar dat het rapport zelf ook aanstipt. De wachttijden in de geestelijke gezondheidszorg lopen op, en bemoeizorg landelijk uitbreiden vraagt om hulpverleners die op dit moment schaars zijn. Een groep die nu buiten beeld is actief opzoeken, betekent extra vraag opvoeren in een stelsel dat de bestaande vraag al niet aankan.

Daarmee is de aanbeveling niet minder terecht, maar wel afhankelijk van keuzes die buiten de branche liggen. Zonder extra capaciteit verschuift het probleem hooguit van de ene wachtlijst naar de andere.

Niet de eerste waarschuwing

De conclusies staan niet op zichzelf. De Onderzoeksraad voor Veiligheid kwam eerder tot vergelijkbare bevindingen over het tekortschieten van de zorg voor mensen met ernstige psychische problemen. Dat twee onafhankelijke onderzoeken in korte tijd op hetzelfde punt uitkomen, maakt het lastiger om dit als een incident te behandelen.

De maatschappelijke inzet is bovendien breder dan de zorg voor de betrokkenen alleen. Wanneer mensen met een ernstige aandoening zonder begeleiding op straat belanden, komen politie, woningcorporaties en buurten in beeld op momenten waarop een probleem al is geëscaleerd.

Wat er nog niet is beantwoord

Het cijfer van 62.500 is een schatting. Het aantal mensen dat uit beeld is, laat zich per definitie moeilijk exact tellen, en het rapport maakt niet duidelijk hoeveel van hen bewust geen hulp willen en hoeveel er domweg tussenuit zijn gevallen. Dat onderscheid is bepalend voor wat een effectieve aanpak zou zijn.

Een reactie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is bij publicatie van het rapport niet bekendgemaakt. Met de begrotingsbehandeling in aantocht en een kabinet dat zoekt naar bezuinigingen, is de vraag of geld en personeel vrijkomen voor een groep die geen wachtlijst bezet en zich zelden meldt.

Bronnen

Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Laat een reactie achter

Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.