Vrijdag 30 oktober 2026
SlimmeKrant
Buitenland

Vier Amerikaanse organisaties slepen Washington voor de rechter om de sancties tegen het Strafhof in Den Haag

Vier Amerikaanse mensenrechtenorganisaties hebben de regering-Trump op 11 augustus voor de rechter gedaagd om de sancties tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Zij stellen dat het presidentiele decreet uit februari 2025 hun grondwettelijke rechten schendt en berust op een noodtoestand zonder feitelijke basis. Onder de gesanctioneerden zijn acht rechters, de voormalige hoofdaanklager en een VN-rapporteur. Voor Nederland als gastland raakt de zaak aan de verplichting het Hof te beschermen.

Vier Amerikaanse organisaties slepen Washington voor de rechter om de sancties tegen het Strafhof in Den Haag

Een rechtszaak over een hof aan de andere kant van de oceaan

Vier Amerikaanse organisaties hebben dinsdag bij de federale rechtbank voor het zuidelijke district van New York een klacht ingediend tegen de Amerikaanse regering. Het gaat om het American Friends Service Committee, het Center for Constitutional Rights, Human Rights Watch en het Open Society Institute. Zij willen dat de sancties tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag ongeldig worden verklaard.

De zaak richt zich op presidentieel decreet 14203, dat op 6 februari 2025 werd ondertekend. Dat besluit maakt het mogelijk om functionarissen van het Hof te sanctioneren, en daarnaast iedereen die meewerkt aan onderzoeken van het Hof. Die tweede categorie is de reden dat juist deze organisaties naar de rechter stappen.

Wie er inmiddels op de lijst staan

Sinds de ondertekening is het decreet op een reeks personen en instellingen toegepast. Getroffen zijn de voormalige hoofdaanklager van het Hof en twee van zijn plaatsvervangers, acht rechters, een speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten in de Palestijnse gebieden, en drie Palestijnse mensenrechtenorganisaties.

De gevolgen voor gesanctioneerden reiken verder dan een symbolische afkeuring. Betrokkenen melden bevroren bankrekeningen, betalingen die worden geweigerd, digitale diensten die worden afgesloten en reisbeperkingen. Voor rechters die in Den Haag wonen en werken, raakt dat aan hun dagelijkse bestaan.

Wat de klagers de rechter voorleggen

De organisaties voeren aan dat het decreet in strijd is met het eerste amendement, dat de vrijheid van meningsuiting en van vereniging beschermt, en met het vijfde amendement over een eerlijke procedure. Daarnaast beroepen zij zich op de wet die de vrijheid van godsdienst beschermt, wat samenhangt met de religieuze grondslag van een van de eisers.

Een tweede lijn van hun betoog gaat over de bevoegdheid zelf. Volgens de klagers gaat het decreet verder dan wat een president mag, en steunt het op een noodtoestand die feitelijke grond mist. Sanctiebevoegdheden zijn in de Verenigde Staten gekoppeld aan het uitroepen van een noodsituatie, en die constructie stellen zij ter discussie.

Werk dat is stilgelegd uit angst voor vervolging

De organisaties beschrijven concreet wat zij niet meer doen. Zij zijn gestopt met het bijstaan van slachtoffers van oorlogsmisdaden als raadsman, met het aanleveren van stukken aan het Hof, en met samenwerking met de gesanctioneerde Palestijnse organisaties. Ook onderzoekswerk en humanitaire hulpverlening zijn geraakt.

De reden voor die terughoudendheid is de strafmaat. Amerikaanse organisaties die gesanctioneerde partijen bijstaan, riskeren gevangenisstraffen die kunnen oplopen tot twintig jaar, naast forse boetes. De advocaat die de zaak leidt wijst erop dat het aantal organisaties dat zich nu aansluit, aangeeft hoe breed de schade is.

Rechters die eerder al ingrepen

Dit is niet de eerste juridische tegenstand. Federale rechters in New York en Maine blokkeerden in 2025 al de handhaving van het decreet, omdat het de vrijheid van meningsuiting zou schenden. Die uitspraken waren beperkt van reikwijdte, en de sanctiepraktijk is sindsdien doorgegaan.

De druk is intussen juist opgevoerd. Op 13 juli van dit jaar kondigde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio een verscherpte campagne aan, die volgens de regering gericht is op het ontmantelen van het Hof. De rechtszaak van deze week komt daar direct achteraan.

Waarom Nederland hier niet buiten staat

Het Strafhof zetelt in Den Haag, en Nederland heeft als gastland de verplichting het Hof te beschermen. Die verplichting is vastgelegd in het verdrag dat de vestiging regelt, en zij is geen abstractie zodra rechters op Nederlands grondgebied worden getroffen door maatregelen van een derde land.

Tegelijk zijn de instrumenten van de Nederlandse regering beperkt. Sancties van de Verenigde Staten werken vooral via banken, betaaldiensten en techbedrijven, en die volgen Amerikaanse regels ongeacht waar hun klant woont. Den Haag kan het Hof politiek steunen en praktische hulp bieden, maar kan een bank niet dwingen een rekening open te houden.

Wat er nog niet vaststaat

Of de rechtbank de klacht inhoudelijk behandelt en hoe snel dat gebeurt, is nog onbekend. Eerdere uitspraken bieden de eisers een aanknopingspunt, maar de reikwijdte van deze zaak is groter dan die van de zaken uit 2025. Een uitspraak in eerste aanleg zegt bovendien weinig, omdat hoger beroep in dit soort kwesties vrijwel zeker is.

Onduidelijk blijft ook wat een gunstige uitspraak praktisch zou opleveren. Als een rechter de handhaving beperkt, verdwijnen daarmee niet automatisch de bevriezingen en geweigerde diensten die banken en bedrijven uit voorzorg hebben doorgevoerd. Het herstel van normale werkverhoudingen tussen het Hof en Amerikaanse organisaties is een langere weg dan een enkel vonnis.

Bronnen

Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Laat een reactie achter

Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.