Westnijlvirus vastgesteld bij bloeddonor in Utrecht, eerste in Nederland opgelopen besmetting sinds 2020
Bij een bloeddonor uit de provincie Utrecht is het westnijlvirus aangetoond, de eerste besmetting die sinds 2020 in Nederland zelf is opgelopen. De donor was niet in het buitenland geweest en had milde klachten. De vondst werd gedaan tijdens onderzoek van Sanquin onder donors uit gebieden waar het virus eerder bij mensen, paarden, vogels of muggen is aangetroffen. Volgens het RIVM blijft de kans op besmetting zeer klein.

Een donor die nergens was geweest
Bij een bloeddonor uit de provincie Utrecht is een besmetting met het westnijlvirus vastgesteld. De persoon had milde klachten. Doorslaggevend is dat de donor niet recent in het buitenland was geweest, waardoor het virus vrijwel zeker in Nederland zelf is opgelopen.
Dat maakt het de eerste bekende Nederlandse besmetting van dit jaar. De laatste keer dat mensen in Nederland een infectie met dit virus opliepen, was in 2020. Het virus is dus niet nieuw hier, maar het duikt maar zelden op bij mensen.
Hoe de vondst tot stand kwam
De besmetting kwam niet aan het licht doordat de donor met klachten naar een arts ging, maar via wetenschappelijk onderzoek van Sanquin Research. Dat onderzoek richt zich op donors uit gebieden waar het virus eerder is vastgesteld bij mensen, paarden, vogels of muggen. Het bloed werd met een PCR-test onderzocht, waarna het RIVM de uitslag bevestigde.
De vondst staat niet op zichzelf. In korte tijd testten ook een paard en een vogel op verschillende plaatsen in Nederland positief. Samen wijst dat erop dat er op meerdere plekken muggen rondvliegen die het virus bij zich dragen.
Wat het virus bij mensen doet
Voor de meeste mensen verloopt een besmetting ongemerkt. Ongeveer tachtig procent krijgt helemaal geen klachten. Bij ongeveer negentien procent ontstaat een griepachtig beeld met koorts, hoofdpijn en spierpijn, dat vanzelf overgaat.
Bij ongeveer een procent van de besmette mensen tast het virus het zenuwstelsel aan, wat tot hersenvliesontsteking of hersenontsteking kan leiden. Die ernstige gevallen kunnen dodelijk aflopen. Mensen boven de vijftig en mensen met een verminderde afweer lopen daarbij het grootste risico.
Vogels, muggen en een keten die rondgaat
Het virus circuleert van nature onder vogels. Huismuggen nemen het op als zij bloed drinken van een besmette vogel, en geven het bij een volgende beet door aan andere vogels, aan zoogdieren en soms aan mensen. Zo blijft het virus in een gebied rondgaan zonder dat iemand het merkt.
Mensen en paarden vormen het einde van die keten. Wie besmet raakt, geeft het virus niet verder door aan anderen en ook niet terug aan muggen. Een besmetting bij een mens is daarom vooral een signaal dat het virus lokaal aanwezig is, en geen begin van een uitbraak van mens op mens.
Waarom bloedtransfusie een apart risico is
Juist omdat de meeste besmette mensen geen klachten hebben, kan iemand ongemerkt bloed doneren terwijl het virus in zijn bloed zit. Via een transfusie kan het dan alsnog bij een patient terechtkomen, en dat zijn per definitie mensen die om een andere reden al kwetsbaar zijn.
Om die reden test Sanquin sinds oktober 2020 donaties van bloed, bloedplaatjes en Q-plasma uit aangewezen risicogebieden. Dat geldt voor donors die er wonen en voor donors die er in de voorgaande vier weken hebben overnacht. In mei 2021 werd de screening uitgebreid naar donors die kort daarvoor in bepaalde andere Europese landen verbleven.
Wat er met een positieve donatie gebeurt
Een donor bij wie het virus wordt aangetroffen, krijgt daarover bericht. De donatie wordt niet voor transfusie gebruikt. Wie negatief test, hoort niets, omdat dat de normale uitkomst is.
Plasma dat bestemd is voor de productie van geneesmiddelen valt buiten deze maatregel, omdat het virus tijdens het productieproces wordt geinactiveerd. De maatregelen richten zich dus op het bloed dat rechtstreeks naar een patient gaat, waar geen bewerkingsstap tussen zit.
Wat het RIVM adviseert
Het RIVM benadrukt dat de kans om in Nederland besmet te raken zeer klein blijft. Het advies richt zich vooral op het voorkomen van muggenbeten: bedekkende kleding dragen, horren gebruiken, insectenwerende middelen op de onbedekte huid aanbrengen en zo nodig onder een klamboe slapen.
Dat zijn dezelfde adviezen die ook tegen andere muggenoverdraagbare infecties gelden. Er is geen vaccin voor mensen en er is geen specifieke behandeling, waardoor het voorkomen van beten het enige beschikbare middel is.
Wat nog onduidelijk is
Waar en wanneer de donor precies is gebeten, is niet vastgesteld. Bekend is alleen de provincie waar de persoon woont en het feit dat een reis naar het buitenland als verklaring afvalt. Hoe wijdverbreid het virus deze zomer onder Nederlandse muggen is, blijkt uit een enkele bevestigde besmetting niet.
Ook is niet te zeggen of het bij dit ene geval blijft. Omdat verreweg de meeste besmettingen zonder klachten verlopen, is aannemelijk dat het aantal mensen dat het virus opliep hoger ligt dan het aantal vastgestelde gevallen. Pas verdere resultaten uit het onderzoek onder donors en de muggenmonitoring kunnen daar zicht op geven.
Bronnen
Reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Laat een reactie achter
Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.