Kinderopvang wordt in 2027 duurder voor de laagste inkomens, omdat de tarieven harder stijgen dan het vergoedingsplafond
De maximum uurprijs voor de kinderopvangtoeslag gaat in 2027 met 3,32 procent omhoog, naar 11,60 euro voor dagopvang. De tarieven van de opvangorganisaties liggen daar al boven en stijgen sneller, waardoor de eigen bijdrage van gezinnen met de laagste inkomens oploopt van 45 naar 68 cent per uur. Belangenorganisatie BOinK vond dat ruim zeven op de tien dagopvanglocaties nu meer rekenen dan het plafond. Het ministerie houdt vast aan indexatie op basis van de verwachte loon- en prijsstijging.

De eigen bijdrage per uur gaat ruim 50 procent omhoog
Ouders met een laag inkomen gaan volgend jaar meer betalen voor kinderopvang. Nu houden zij per uur 45 cent zelf over na aftrek van de toeslag, volgend jaar wordt dat 68 cent. Dat komt niet doordat de vergoeding omlaag gaat, maar doordat de tarieven van de opvangorganisaties sneller stijgen dan het bedrag waarover de overheid toeslag uitkeert.
Voor een kind dat twee dagen per week naar de dagopvang gaat, loopt dat verschil over een jaar al in de honderden euro’s. Dat is precies de groep waarbij het gebruik van kinderopvang nu al achterblijft.
Wat de maximum uurprijs precies doet
De kinderopvangtoeslag wordt niet berekend over het tarief dat een organisatie rekent, maar over een plafond dat de overheid jaarlijks vaststelt. Dat heet de maximum uurprijs. Wat een opvang boven dat plafond rekent, betalen ouders volledig zelf, ongeacht hun inkomen.
Voor dagopvang staat dat plafond dit jaar op 11,23 euro per uur. In 2027 gaat het naar 11,60 euro, een verhoging van 3,32 procent. Voor buitenschoolse opvang komt het plafond uit op 10,31 euro en voor gastouderopvang op 8,77 euro.
De tarieven liggen al boven dat plafond
Belangenorganisatie BOinK onderzoekt sinds 2018 jaarlijks wat opvangorganisaties werkelijk rekenen. In de meest recente ronde, gepubliceerd op 7 oktober, werden ruim 400 organisaties bevraagd, waarna het Waarborgfonds en Kenniscentrum Kinderopvang de cijfers analyseerden.
Daaruit komt een gemiddeld tarief voor dagopvang van 11,82 euro per uur, 5,3 procent boven het huidige plafond. Bij buitenschoolse opvang is het gemiddelde 10,70 euro tegen een plafond van 9,98 euro, een verschil van 7,2 procent. Van de dagopvangorganisaties rekent 72 procent meer dan het maximum, bij de buitenschoolse opvang is dat 71 procent.
Waarom de indexatie achterblijft
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid indexeert het plafond met 3,32 procent, gebaseerd op de verwachte loon- en prijsstijging voor 2027 volgens het Centraal Planbureau. De sector zelf rekent voor de tweede helft van dit jaar al op een kostenstijging van 5,12 procent.
Zolang die twee percentages uiteenlopen, groeit het gat elk jaar verder. Het voorlopige plafond voor 2027 ligt daarmee zelfs onder het gemiddelde uurtarief dat de sector dit jaar al rekent.
Het ministerie wil geen prijsopdrijvend effect
Een woordvoerder van het ministerie legt uit dat de toeslag er niet voor bedoeld is om kostenstijgingen een op een te volgen. Zou de overheid dat doen, dan ontstaat volgens het ministerie een prikkel om de prijzen te verhogen, en zouden alle kosten uiteindelijk bij de belastingbetaler terechtkomen.
Dat is een verdedigbaar argument, maar het legt het verschil wel bij de ouders neer. Een opvangorganisatie die met hogere loonkosten en huurlasten te maken krijgt, heeft weinig ruimte om onder het plafond te blijven.
Wat de kritiek van BOinK is
Voorzitter Gjalt Jellesma van BOinK noemt de ontwikkeling slecht nieuws, omdat het gebruik van kinderopvang onder lage inkomens al duidelijk lager is. Volgens hem moet de overheid de maximum uurprijzen laten meelopen met de werkelijke kosten in de sector, zodat opvang voor alle gezinnen bereikbaar blijft.
BOinK vraagt daarnaast om meer inzicht in de tarieven van gastouderopvang, waar het beeld nu het minst helder is. Daar is de maximum uurprijs het laagst, terwijl het aanbod juist vaak dient als oplossing voor gezinnen die bij een kinderdagverblijf geen plek krijgen.
Wat dit voor Nederland betekent
Kinderopvang is de laatste jaren gepresenteerd als een middel om arbeidsparticipatie te verhogen. Als de eigen bijdrage per uur juist bij de laagste inkomens het hardst oploopt, werkt dat die doelstelling tegen, want dat is de groep waarvoor een paar tientjes per maand het verschil maakt tussen wel en niet werken.
Daarbij komt dat het stelsel op de schop gaat. In het nieuwe stelsel, voorzien voor 2029, wordt 95,6 procent van de kosten vergoed voor alle inkomensgroepen. Voor de laagste inkomens is dat een verslechtering ten opzichte van de 96 procent die nu geldt, al wordt de regeling voor middeninkomens juist ruimer.
Wat nog niet vaststaat
De maximum uurprijzen voor 2027 zijn vastgesteld, maar de toeslagpercentages voor volgend jaar volgen nog. Die bepalen hoeveel van het plafond daadwerkelijk wordt vergoed, en daarmee hoe de eigen bijdrage per inkomensgroep uitpakt.
Ook is de uitkomst van 2029 niet zeker, omdat de invoering van het nieuwe stelsel al eerder is uitgesteld. Hoe de tarieven zich tot die tijd ontwikkelen, hangt af van de loonafspraken in de sector en van de huisvestingskosten, en die staan voor 2027 nog niet vast.
Bronnen
Reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Laat een reactie achter
Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.