Kabinet staat open voor een verbod op drinkwaterkoeling bij datacenters en wil meer gegevens zien
Staatssecretaris Willemijn Aerdts laat drie moties van de Partij voor de Dieren over datacenters aan de Tweede Kamer, en geeft aan dat ze de richting steunt. Het gaat om een verbod op drinkwater voor proceskoeling, een ruimere rapportageplicht en bindende Europese milieunormen. Datacenters gebruiken jaarlijks ongeveer een miljoen kubieke meter drinkwater, maar van de grote locaties levert nog niet eens de helft openbare cijfers. Een Europees wetsvoorstel met minimumnormen wordt pas in het tweede kwartaal van 2027 verwacht.

Drie moties over datacenters en een kabinet dat niet tegenstribbelt
Staatssecretaris Willemijn Aerdts van Economische Zaken en Klimaat heeft de Tweede Kamer laten weten dat ze geen bezwaar heeft tegen drie moties over de milieubelasting van datacenters. De moties zijn ingediend door de Kamerleden Ines Kostic en Christine Teunissen van de Partij voor de Dieren.
Alle drie kregen het oordeel Kamer, de formule waarmee een bewindspersoon de beslissing aan de Kamer laat zonder zich ertegen te verzetten. Inhoudelijk gaat Aerdts wel mee met de richting: een verbod op drinkwater voor proceskoeling, een bredere rapportageplicht over energie- en watergebruik, en bindende Europese milieunormen voor de sector.
Drinkwater alleen waar het nodig is
Over het water is de staatssecretaris het meest uitgesproken. Haar stelling is dat drinkwater alleen moet worden gebruikt waar dat noodzakelijk is, en koeling van servers valt in haar lezing niet onder die categorie.
Als alternatief wijst het kabinet op industriewater, gezuiverd afvalwater en regenwater. Dat zijn stromen die voor menselijk gebruik niet geschikt hoeven te zijn, en die technisch gezien net zo goed warmte kunnen afvoeren als kraanwater dat eerst tot drinkwaterkwaliteit is opgewerkt.
Een miljoen kubieke meter, en wat dat getal wel en niet zegt
Volgens Aerdts gaat er jaarlijks ongeveer een miljoen kubieke meter drinkwater naar het koelen van datacenters in Nederland. Dat is 0,088 procent van het totale drinkwatergebruik in het land, een aandeel dat op nationale schaal klein is.
Lokaal ziet dat er anders uit. Een enkele locatie kan al een groot deel van dat volume opnemen: voor de vier torens van Equinix in Amsterdam-Zuidoost gaat het om ongeveer 1,1 miljard liter per jaar, wat neerkomt op diezelfde orde van een miljoen kubieke meter. Een landelijk percentage van nul komma nul acht zegt daarmee weinig over de druk op een regionaal net in een droge zomer.
De rapportageplicht die maar half werkt
Op papier is de informatie al verplicht. Onder de Europese energie-efficientierichtlijn moeten datacenters met minstens 500 kilowatt opgesteld vermogen jaarlijks hun energie- en watergebruik aanleveren, een verplichting die al drie jaar bestaat.
In de praktijk is het beeld onvolledig. Van de ongeveer 186 commerciele datacenters die die drempel halen, heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland gegevens van 104. Openbaar beschikbaar is nog minder: voor 44 locaties is bekend hoeveel stroom er doorgaat en voor 47 hoeveel water. Dat is ruwweg een kwart van de grote Nederlandse datacenters.
Bedrijfsgeheim als sluitsteen
De reden die exploitanten geven is dat de cijfers bedrijfsgevoelig zijn. Uit verbruiksgegevens valt af te leiden hoe vol een datacenter zit en welke klanten er draaien, en dat willen aanbieders niet op straat hebben liggen.
Branchepartijen en onderzoekers bestrijden dat dit argument doorslaggevend hoeft te zijn. In een advies hierover wordt gesteld dat de keuze om verbruiksdata onder bedrijfsgeheim te houden in de kern politiek is en niet juridisch dwingend. Zonder die gegevens is lastig te plannen hoeveel netcapaciteit en water er in een regio nodig is.
Piekvermogen is volgens Aerdts het echte knelpunt
De staatssecretaris wil de rapportage daarom uitbreiden met twee gegevens die nu ontbreken: het piekvermogen en de belasting die een datacenter op het elektriciteitsnet legt. Dat zijn in haar woorden de belangrijkste knelpunten, en een jaartotaal in kilowattuur zegt daar niets over.
De achtergrond daarvan is zichtbaar in de stroomcijfers. In 2024 gebruikten datacenters in Nederland 5,1 miljard kilowattuur, oftewel 4,6 procent van het nationale elektriciteitsgebruik, bijna een verdubbeling in vijf jaar. Het grootste Nederlandse datacenter van Microsoft is op zijn eigen alleen al verantwoordelijk voor ongeveer een procent van het landelijke stroomgebruik. TenneT rekent erop dat de sector in 2030 tussen de 10 en 15 procent van de Nederlandse stroom afneemt.
Wat dit voor Nederland betekent
De keuze die hieronder ligt is een verdelingskwestie. Netbeheerders hebben wachtlijsten voor nieuwe aansluitingen, woningbouwprojecten en bedrijven wachten op stroom, en in droge zomers staan drinkwaterbedrijven onder druk. Een sector die zijn piekvraag niet hoeft te melden, is in die afweging moeilijk mee te nemen.
Tegelijk is het effect van een drinkwaterverbod beperkt als het bij water blijft. De 0,088 procent die nu naar koeling gaat, verdwijnt daarmee grotendeels uit de drinkwaterbalans, maar de 4,6 procent van het stroomgebruik verandert er niet door. De rapportageplicht over piekvermogen raakt dat tweede, veel grotere getal, en juist dat onderdeel hangt af van wat Brussel uiteindelijk voorschrijft.
Wat nog niet vaststaat
De Europese kant is nog niet af. De Commissie werkt aan bindende minimumprestatienormen voor energie-efficientie, waterverbruik en hernieuwbare energie, en een consultatie daarover loopt tot 14 december 2026. Een concreet wetgevingsvoorstel wordt verwacht in het tweede kwartaal van 2027.
Welke normen daadwerkelijk bindend worden, is dus onbekend. Ook is niet bekend of de Kamer de moties aanneemt, en wat er gebeurt met de tientallen datacenters die nu al drie jaar niet aan de bestaande rapportageplicht voldoen zonder dat daar zichtbaar gevolgen aan zijn verbonden.
Bronnen
Reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Laat een reactie achter
Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.