Microsoft ziet aanvallers overstappen op AI die zelf inbreekt, en geeft verdedigers nog drie uur
Microsoft waarschuwt in zijn jaarlijkse Digital Defense Report dat kunstmatige intelligentie steeds grotere delen van een cyberaanval zelfstandig uitvoert. Als voorbeeld noemt het bedrijf Artex, een gratis onderzoeksinstrument dat door aanvallers is omgebouwd en waarvan inmiddels duizenden kopieen rondgaan. Volgens Microsoft hebben organisaties na een inbraak in hun cloudomgeving nog ongeveer drie uur om in te grijpen. Tegelijk erkent het rapport dat het aantal volledig door AI aangestuurde aanvallen voorlopig laag blijft.

Van hulpmiddel naar regisseur van de aanval
Microsoft waarschuwt in de jongste editie van zijn Digital Defense Report dat kunstmatige intelligentie de rolverdeling bij cyberaanvallen verschuift. Tot voor kort was AI vooral een hulpmiddel waarmee menselijke aanvallers sneller konden werken, bijvoorbeeld bij het schrijven van overtuigende phishingmails.
Volgens het bedrijf is dat de afgelopen zes maanden veranderd. AI stuurt nu in toenemende mate zelf de aanvalsactiviteit aan, en in sommige waargenomen gevallen voert het grote delen van de keten zelfstandig uit. Microsoft vat het samen als een beveiligingscyclus die is teruggebracht van dagen naar minuten.
Artex, een onderzoeksinstrument dat van kant wisselde
Het voorbeeld waar het bedrijf zich op richt heet Artex. Dat platform is gebouwd door de Chinese beveiligingsonderzoeker Li Puhua om kwetsbaarheden op te sporen, en kwam in juli gratis online beschikbaar.
Daarna ging het mis. Aanvallers pasten de software aan voor hun eigen doeleinden, en volgens Microsoft gaan er inmiddels duizenden kopieen rond. Artex zet meerdere AI-agenten tegelijk in, die elk een eigen onderdeel van de aanval doen, van verkenning tot het wegsluizen van gegevens, met nauwelijks menselijke tussenkomst. Dat is iets anders dan een snellere versie van bestaand gereedschap, omdat de stappen niet langer na elkaar maar naast elkaar lopen.
Drie uur om een cloudinbraak nog te stoppen
Microsoft lichtte zijn bevindingen toe in een spoedbriefing voor ongeveer tweehonderd beveiligingsverantwoordelijken. De meest concrete waarschuwing daaruit is een tijdsduur: zodra aanvallers zich op een cloudomgeving richten, houden verdedigers ongeveer drie uur over om in te grijpen voordat de schade onomkeerbaar is.
Na een geslaagde inbraak gaat het volgens het rapport nog sneller. Het wegsluizen van data, het vinden van inloggegevens en het doorbewegen naar andere systemen kostte vroeger dagen en gebeurt nu in minuten. Als dreigingsgroep die hier gebruik van maakt noemt Microsoft Storm-0940, die wereldwijd honderden organisaties heeft benaderd via gekaapte installaties van beheersoftware van ConnectWise.
De voordeur is nog altijd ouderwets
Opvallend genoeg is de manier waarop aanvallers binnenkomen nauwelijks veranderd. In het afgelopen jaar begon 24 procent van de incidenten met het misbruiken van een kwetsbare toepassing die aan het internet hangt, 23 procent met phishing en 17 procent met het gebruik van geldige accountgegevens.
Die laatste categorie was in de vorige editie nog de belangrijkste ingang. De vijf meest misbruikte kwetsbaarheden zijn bovendien allemaal jaren oud, met het Zerologon-lek uit 2020 bovenaan. AI versnelt dus vooral wat er na de inbraak gebeurt, terwijl de inbraak zelf nog steeds leunt op achterstallig onderhoud.
Identiteit als belangrijkste verdedigingslijn
Microsoft stelt dat identiteit het voornaamste aangrijpingspunt voor verdediging is geworden. Bij activiteit gericht op vitale infrastructuur zag het bedrijf in 78 procent van de gevallen misbruik van cloudidentiteiten, en in 12 procent van het waargenomen gereedschap ging het om AzureHound, een instrument dat de samenhang tussen accounts en rechten in kaart brengt.
De aanbevelingen zijn daarmee minder spectaculair dan de dreiging. Het gaat om strikte hygiene rond accounts, om meervoudige verificatie die niet met phishing te omzeilen is en om het beperken van rechten tot wat echt nodig is. Daarnaast wijst Microsoft op databeheer, met het argument dat een AI-systeem niet betrouwbaarder kan zijn dan de gegevens waarop het draait.
Wat dit voor Nederlandse organisaties betekent
Voor Nederland valt de waarschuwing in een ongemakkelijke week. Een kwetsbaarheid in PHP haalde eerder deze maand overheidspagina en onderwijssites uit de lucht, en bij het moederbedrijf van Albert Heijn loopt een strafrechtelijk onderzoek naar een cyberaanval. Precies het type verouderde, internetgerichte toepassing dat in de Microsoft-cijfers bovenaan staat.
Dimitri van Zantvliet, beveiligingsverantwoordelijke bij NS en voorzitter van het CISO Platform Nederland, wijst op de scheefgroei die hierachter zit. Aanvallers winnen snelheid met AI, maar verdedigers krijgen die snelheid er niet automatisch bij. Hun teams moeten juist meer meldingen beoordelen en beheerders moeten meer kwetsbaarheden dichten, met dezelfde bezetting. Een driewurenvenster is voor veel organisaties simpelweg korter dan de tijd die het kost om buiten kantooruren iemand aan de lijn te krijgen.
Waar het alarm nog niet door cijfers wordt gedekt
Het rapport bevat ook een nuancering die in de samenvattingen gemakkelijk wegvalt. Microsoft meldt dat het inbraken heeft gezien die door AI werden georkestreerd, maar dat de aantallen voorlopig laag blijven, zij het verspreid over meerdere sectoren en regio.
Daar komt bij dat het om een rapport van een leverancier gaat, met zicht op zijn eigen klanten en zijn eigen producten als deel van de oplossing. Dat maakt de waarnemingen niet onjuist, maar het betekent wel dat de verhouding tussen echte toename en verscherpte aandacht niet uit dit rapport alleen is af te leiden. Dat 88 procent van de organisaties inmiddels met AI-agenten experimenteert en 82 procent van de bestuurders binnen anderhalf jaar een bredere uitrol wil, zegt vooral iets over het aanvalsoppervlak dat eraan komt.
Bronnen
Reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Laat een reactie achter
Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.