Nederland zet maximaal 500 miljoen dollar in een fonds dat landen jaarlijks gaat betalen voor bos dat blijft staan
Minister Sjoerdsma trekt maximaal 500 miljoen dollar uit voor de Tropical Forest Forever Facility, een fonds dat landen per hectare bewaard tropisch bos wil belonen. De vergoeding bedraagt ongeveer vier dollar per hectare per jaar, gecontroleerd met satellietbeelden, en minstens een vijfde gaat naar inheemse volken en lokale gemeenschappen. Het fonds moet uiteindelijk 125 miljard dollar groot worden, waarvan 100 miljard uit private hoek. De Nederlandse bijdrage is nog voorwaardelijk.

Een half miljard dollar voor bos dat blijft staan
Het kabinet trekt maximaal 500 miljoen dollar uit voor de bescherming van tropisch bos, verspreid over tien jaar. Dat maakte minister Sjoerd Sjoerdsma van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking maandag bekend.
Het geld gaat naar de Tropical Forest Forever Facility, een nieuw fonds dat niet werkt met projectsubsidies maar met een vast kapitaal. Uit de opbrengsten daarvan worden landen betaald die hun bos laten staan. Nederland legde in 2025 al vijf miljoen dollar in voor de oprichtingskosten.
Een fonds dat van rendement moet leven
De constructie wijkt af van wat gebruikelijk is in de klimaatfinanciering. In plaats van een pot die leegloopt, moet er een blijvend kapitaal komen dat uiteindelijk 125 miljard dollar groot is. Daarvan zou honderd miljard uit private hoek moeten komen, met overheidsgeld als eerste risicolaag die beleggers over de streep trekt.
De netto-opbrengst van dat kapitaal wordt uitgekeerd aan landen met tropisch bos. Zo zou er een inkomstenstroom ontstaan die niet elk jaar opnieuw bevochten hoeft te worden in nationale begrotingen, en die daardoor kan concurreren met de opbrengst van kappen.
Vier dollar per hectare, gecontroleerd vanuit de ruimte
De vergoeding bedraagt indicatief ongeveer vier dollar per hectare per jaar. Voordat er wordt uitbetaald, wordt met satellietbeelden en vaste criteria vastgesteld of het bos er inderdaad nog staat. Verdwijnt er bos, dan daalt de uitkering.
Minstens twintig procent van het geld gaat rechtstreeks naar inheemse volken en lokale gemeenschappen. Dat is geen bijzaak: zij beheren een groot deel van het bos dat het fonds wil beschermen, en in veel landen komt internationaal klimaatgeld juist bij die groepen niet aan. Volgens de betrokken partijen kan het fonds op termijn 800 tot 900 miljoen hectare bos bereiken, ongeveer tweehonderd keer de oppervlakte van Nederland.
Wie er verder in zitten
Het initiatief komt van de Braziliaanse president Lula da Silva, die het fonds in november 2025 lanceerde. De Wereldbank speelt een centrale rol in de uitvoering, en naast Brazilie en Nederland doen Noorwegen, Indonesie, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk mee.
De bedragen lopen uiteen. Noorwegen zegde drie miljard dollar toe, Brazilie en Indonesie elk een miljard, Duitsland een miljard euro en Frankrijk vijfhonderd miljoen euro. Bij elkaar is dat een orde van grootte die ver onder de beoogde fondsgrootte blijft, wat laat zien hoe zwaar het fonds leunt op geld dat nog moet worden opgehaald.
Een toezegging met een voorbehoud
De Nederlandse bijdrage staat nog niet vast. Het kabinet maakt het bedrag afhankelijk van de afronding van het ontwerp van het fonds en van de afstemming met de deelnemende landen en de Wereldbank. Pas daarna gaat het geld daadwerkelijk over, en het fonds begint ook pas na die fase met uitkeren.
Sjoerdsma plaatst de keuze in een context waarin het klimaatbeleid onder druk staat, onder meer door de terugtrekking van de Verenigde Staten uit het klimaatakkoord van Parijs onder president Trump. De bijdrage staat in een Kamerbrief over intensivering van het internationale klimaatbeleid.
Wat dit voor Nederland betekent
Voor Nederland is dit een forse post in een begroting voor ontwikkelingssamenwerking die de afgelopen jaren juist is gekrompen. Een bedrag van 500 miljoen dollar over tien jaar legt beslag op ruimte die niet aan andere doelen kan worden besteed, en die afweging zal in de Kamer moeten worden verantwoord.
Tegelijk sluit het aan bij het karakter van het Nederlandse klimaatbeleid, dat voor een groot deel buiten de landsgrenzen moet worden gevoerd. Nederlandse uitstoot terugdringen kost veel geld per ton, terwijl het voorkomen van ontbossing elders aanzienlijk goedkoper is per vermeden ton. Daar komt een handelsbelang bij: Nederlandse importen van soja, palmolie en cacao lopen door dezelfde gebieden waar het fonds bos wil houden.
Waar het fonds op kan stranden
De grootste onzekerheid is de honderd miljard aan privaat kapitaal. Zolang dat niet is binnengehaald, blijft het rendement beperkt en daarmee ook de uitkering per hectare. Of vier dollar genoeg is om kappen onaantrekkelijk te maken, hangt af van wat de alternatieve opbrengst van die grond is, en die verschilt sterk per land.
Ook de controle zelf is een vraagstuk. Satellietbeelden tonen of bos verdwijnt, maar niet of een land beleid heeft gevoerd of simpelweg geluk had, en uitkeringen die aan inheemse gemeenschappen zijn toegezegd moeten in landen met zwak bestuur ook echt bij hen terechtkomen. De volgende VN-klimaattop, die over twee weken in Turkije begint, zal uitwijzen hoeveel landen hun toezegging hard maken.
Bronnen
Reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Laat een reactie achter
Reacties worden gemodereerd voor publicatie. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.